Startpagina

deel 1 2003

Wouter van Egmond

< Wouter v Egmond

Auteursrechten

Fotografie

Email kontakt

Links

 

HEER FOLPERT VAN LEERDAM

In het jaar 1277 was er een heer van Leerdam en Haastrecht, Folpert genaamd, die zijn leven lang een slecht mens was geweest en de duivel trouw had gezworen. Hij kon het niet uitstaan dat het zijn neef Jan van Arkel zo voor de wind ging en hij probeerde hem dan ook menigmaal uit de weg te ruimen.

Omdat alle aanslagen mislukten, liet hij enkele dagen voor Kerstmis de koster van de kerk van Arkel bij zich komen en kocht de man voor een grote som geld om. De koster zou, als Jan van Arkel in de heilige Kerstnacht in de kerk was aangeko-men, uit de kerk gaan, de deuren sluiten en met de klok Folpert en de zijnen een teken geven voor de aanval. Dit plan kon niet meer mislukken. Die Kerstnacht ging de heer van Arkel van huis, achterlatende zijn zwangere vrouw Berta en zijn kinderen, en trok met tien knapen naar de kerk om daar het woord Gods te horen. Folpert had zich ondertussen met veel gewapend volk aan de oostkant van de kerk in een hinderlaag gelegd. Maar nog voordat de koster alle deuren had kunnen sluiten, was Jan van Arkel, getroffen door een koortsaanval, door vier van zijn knapen stilletjes naar buiten gebracht, zonder dat iemand er iets van had gemerkt.

Toen de kerkdeuren waren gesloten, gaf de koster een teken met de klok, waarna Folpert de kerk omsingelde en in brand stak, zodat allen, geestelijken en wereldlijken, kinderen, vrouwen en mannen in het vuur omkwamen. Behalve een knaapje, dat ooit door Folpert ten doop was gehouden en dat door hem uit een venster van de brandende kerk werd gered. Jan van Arkel bezat aan de westzijde van de kerk in de Poelstraat een sterk stenen huis dat door diepe grachten en hoge wallen omringd was. Daar had men hem naar toegebracht en vanuit zijn raam aanschouwde hij onder hete tranen die afschuwelijke brand. De volgende morgen, toen Folpert weer vertrokken was, verzamelde hij met zijn mannen de verkoolde lijken en begroef ze voor het altaar van het heilige kruis.

Toen Van Arkel de waarheid over het verraad en de moord vernam, liet hij de koster voor zich brengen. Deze werd uit elkaar gescheurd en daarop verbrand. Vol spijt en schaamte over het mislukken van zijn aanslag, de duivel had hem in de steek gelaten, trok Folpert voor enige tijd naar Duitsland. In het geheim kwam hij terug en s nachts stak hij in alle stilte met enkele dijkmeesters de Arkelse dijk door, waardoor er zeer veel schade in het land van Arkel en Vianen ontstond. Kort daarop hield Folpert een groot feest voor zijn vrienden te Haastrecht. Op Hemelvaartsdag, na een maaltijd waar de drank rijkelijk had gevloeid, werd hij, toen hij op straat te midden van zijn vrienden was, plotseling weggetrokken, de lucht in, door de duivel meegenomen zei men. Nooit zag men hem weer; op de plaats waar hij gestaan had, lagen drie druppels vers bloed.
Op het huis te Leerdam werden na die tijd de vreselijkste geluiden gehoord en zagen de bewoners de meest vreemde en afzichtelijke dieren rondkruipen. Kwam iemand met een licht in de bovenste vertrekken van het kasteel, dan was de kans groot dat ze Folpert zagen in een dierengedaante, terwijl hij wild rondsprong. Soms leek het alsof hij door een onzichtbaar voorwerp werd neergeslagen als hij plotseling ter aarde viel. Zijn zoon Pelegrin besloot het slot maar af te breken omdat niemand er meer rustig kon wonen. Maar toen is het spook verdwenen en daarna nooit meer gehoord of gezien.


Tussen het land van Haastrecht, Vianen en Gorinchem woonde Heer Folpert van Leerdam, welke tamelijk jaloers was op zijn neef Jan van Arkel. Vele malen had hij dan ook geprobeerd hem uit de weg te ruimen. Op zekere dag had Folpert de pastoor van de kerk omgekocht. Als Jan van Arkel met zijn vrouw, kinderen en knapen zat, dan zou de pastoor
de deuren van de kerk sluiten, vervolgens vluchten en zo Folpert van Leerdam de gelegenheid geven om de kerk met kerkgangers en al in brand te steken. Voor die tijd had Jan van Arkel een koortsaanval gekregen, en zijn dienaren hadden hem voor de aanvang van de dienst naar het naastgelegen slot gebracht. Toen Jan van Arkel zag wat voor gruweldaad er voor zijn ogen afspeelde werd hij tot woede gebracht. Hij zag vrouwen en kinderen voor zijn ogen verbranden. Na korte tijd kwam hij achter het verraad en liet de pastoor straffen en voor zijn daad vierendelen. Folpert had zijn fout ingezien en vluchtte naar Duitsland. Na enkele jaren keerde hij terug, en in een nacht doorstak hij de dijken rond het omliggende Haastrecht. Jan van Arkel begreep dat zijn neef terug gekomen was. Na verloop van tijd begaf Folpert zich op een zondag met vrienden op pad, maar als een donderslag bij heldere hemel verdween Folpert in het niets - een klein vlammetje achterlatend. Zijn vrienden achterlatend vol ongeloof. Niemand heeft nog iets van hem vernomen. Korte tijd na zijn verdwijning begon het alras te spoken op het slot van Folpert. Mensen zagen schimmen van wilde dieren. Hoorden gekrijs en gegrom. En soms zag men Folpert voor het raam staan. Het leek dan of hij plotsklaps ter aarde neerviel alsof hij neer geslagen werd. Een aantal jaren nadien heeft de zoon van Folpert van Leerdam het slot laten afbreken. En sindsdien hield het op met spoken
.

 

Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden