Home

Lijkwade van Turijn

Tempeliers 1

orde van Malta

Edele Families

Auteursrechten

Email kontakt

 
 

Korte geschiedenis der Tempeliers

 

 
Bewegende ruiters

 
Naar het boek: "De Erfopvolgers van de Graal, Baarn 1997."

 

 

Route der Kruistochten.

 

De periode begint rond 1095, na de verovering van Jeruzalem door de moslims. Men werd geÔnspireerd door Petrus De Kluizenaar, die een onfortuinlijke "boerenkruistocht" van mannen, vrouwen en kinderen, op de been bracht om het Heilig Land terug te winnen. De meesten van hen bereikten hun eind bestemming niet en werden onderweg door bandieten en afvalligen van het Byzantijnse Rijk vermoord.
Nadat de kruistocht van de Kluizenaar was mislukt bracht Paus Urbanus II een aanzienlijk leger op de been dat onder het bevel van de beste ridders uit Europa stond. De coŲrdinatie was in handen van Adhemar, de bisschop van Le Puy. De voorhoede bestond uit Robert, de hertog van NormandiŽ, samen met Stefan, Comte de Bois en Hugo, Comte de Vermandois.
De Vlaamse troepen werden geleid door Robrecht, Graaf van Vlaanderen met onder meer Eustace, Comte de Boulogne en diens broers Boudewijn en Godfried van Bouillon.
Het zuiden van Frankrijk werd vertegenwoordigd door Raymond de Saint Gilles, Comte de Toulouse.
Godfried van Bouillon was in die tijd Hertog van Neder-Lotharingen.
Hij erfde de troon, het kasteel en de landerijen te Bouillon van zijn moeder Ida. Hij verpandde zijn gehele erfenis bij de bisschop van Luik om zijn veldtocht naar het Heilig Land te kunnen bekostigen.
Ten tijde van de eerste kruistocht was Godfried al tot opperbevelhebber benoemd. Na de uiteindelijke overwinning in 1099 werd hij tot koning van Jeruzalem uitgeroepen. Hij noemde zichzelf "Wachter van het Heilig Graf".
Van de 8 kruistochten, die van 1099 tot 1291 duurden, was in feite Godfrieds eerste kruistocht een succes. De tweede kruistocht naar Edessa, geleid door Lodewijk VII van Frankrijk en de Duitse keizer Koenraad III, mislukte volledig.
Honderd jaar na Godfrieds eerste overwinning viel Jeruzalem in 1187 ten prooi aan de machtige Saladin.
Dit leidde tot de derde kruistocht. Deze stond onder leiding van Philips Augustus van Frankrijk en Richard Leeuwenhart van Engeland. Zij slaagden er niet in de Heilige stad Jeruzalem te heroveren.
De vierde en vijfde kruistocht concentreerden zich op Constantinopel en Damietta.
Jeruzalem werd, na de zesde kruistocht, voor korte tijd terug heroverd door Keizer Frederik II maar viel in 1244 uiteindelijk weer in handen van de Sultan van Egypte.
Lodewijk IX voerde de zevende en achtste kruistocht aan maar hij kon geen verandering in de situatie brengen.
Omstreeks 1291 waren Palestina en SyriŽ stevig in handen van de moslims en kwam er een einde aan de kruistochten.
In de periode der kruistochten ontstonden er verscheidene ridderordes.
De Orde van Sion, gesticht om moslims, joden en anderen groeperingen die in aanmerking kwamen, de gelegenheid te geven zich aan te sluiten bij de Christelijke Orde, werd later bekend als de Orde der Tempeliers.
Deze "Orde van Sion" werd door Godfried van Bouillon gesticht.
Godfried van Bouillon stierf in 1100, kort na de overwinning op Jeruzalem.
Hij werd als Koning opgevolgd door zijn jongere broer Boudewijn van Boulogne.
Na 18 jaar, in 1118, werd Boudewijn opgevolgd door zijn neef Boudewijn II du Bourg.
Volgens verslagen werd in dit jaar de Orde van de Tempeliers, de armlastige Ridders van Christus en de Tempel van Salomon, gesticht. De stichters zouden uit een groep van negen Franse Ridders bestaan.
Huges de Payens, de eerste Grootmeester van de Tempeliers, was een neef en vazal van de Comte de Champagne. Zijn rechterhand was de Vlaamse Ridder Godfried van St. Omaars en een andere rekruut, Andrť de Montbard, een bloedverwant van de graaf van BourgondiŽ.
In 1120 sloot Fulk, Comte d'Anjou (vader van Godfried Plantagnet) zich bij de Orde aan. In 1124 volgde Hugues, Comte de Champagne. De andere ridders waren Vlamingen. Archaumbaud de Saint Amand, Rosal, Godfried Bisol, Gondemare, Godefroi en Payen de Montdidier.
De Frankische historicus Guillaume de Tyre schreef omstreeks 1180, tijdens het hoogtepunt der kruistochten dat de taak der Tempeliers er uit bestond de wegen veilig te maken voor de pelgims. Gezien de omvang van een dergelijke opdracht is het onwaarschijnlijk dat de arme negen ridders geen andere rekruten hadden ingelijfd voordat ze in 1128 naar Europa terugkeerden.
In werkelijkheid was er meer aan de hand met de Orde.
De Tempeliers bestonden al een paar jaar voordat ze zogenaamd door Hugues de Payens werden opgericht. Hun taak was zeker niet het beschermen van de wegen maar ze waren diplomaten van de Koning in de frontlinie van een gebied dat door de moslims werd gedomineerd. In die hoedanigheid probeerden ze de schade te beperken die de losbandige kruisvaarders tegen de weerloze onderdanen van de Sultan begingen.
Daarom noemden men de Tempeliers "de Soldaten van Christus".

Eerst verbleven de negen stichters der Tempeliers in het kasteel van Boudewijn. Later verhuisden ze naar de vertrekken van de Tempel van Salomon.

De bescherming van de pelgrims lag in werkelijkheid in handen van de Hospitaalridders van de Heilige Johannes in Jeruzalem.
De Tempeliers waren een exclusieve en speciale eenheid. Ze hadden een bijzondere eed van trouw gezworen, niet aan de koning of hun leider, maar aan de cisterciŽnzer abt Bernardus van Clairvaux.
Diep verscholen in de Tempel van Jeruzalem lag de grote stal van koning Salomon.
Deze plaats was al sinds bijbelse tijden door niemand meer betreden.
De oorspronkelijke geheime missie van de Tempeliers was de de opsporing en ontsluiting van deze reusachtige opslagplaats, waar volgens de Heilige Bernardus de Ark des Verbond verborgen was. In 1127 eindigde de missie van de Tempeliers.
Ze hadden niet alleen de Ark en haar inhoud gevonden, maar ook een fortuin aan onbewerkt goud en verborgen schatten, die lang voor de Romeinse verwoesting en plundering van 70 na Chr. veilig onder de grond waren verborgen.
Pas recent in 1956 zijn er op de universiteit van Manchester overtuigende bewijzen gevonden voor het bestaan van de schat van Jeruzalem. In dat jaar werd de ontcijfering van de Koperen Rol uit Quimran voltooid. De rol sprak van een onmetelijke schat die samen met een grote voorraad onbewerkt goud en kostbaarheden onder de Tempel was begraven.
Na het overweldigend succes van de Tempeliers werd Hugues de Payens door de heilige Bernardus gevraagd een concilie in Troyes bij te wonen. Hugues vertrok samen met een groep ridders en hun opmerkelijke vondst uit het heilige land naar Frankrijk.
Het hof van Champagne in Troyes was goed voorbereid op de komst van het cryptisch geschrift dat nu vertaald moest worden. Het Concilie van Troyes werd volgens plan in 1128 gehouden en Bernardus werd tijdens dit concilie als officiŽle patroon en beschermheer van de Tempeliers aangewezen. Hij koos de bijenkorf als persoonlijk embleem. In datzelfde jaar kregen de Tempeliers de internationale status van een soevereine Orde en werd hun hoofdkwartier in Jeruzalem, het bestuurscentrum van de hoofdstad.
De Kerk erkende de Tempeliers als een religieuze Orde en Hugues de Payens werd de eerste Grootmeester.

Bij wijze van bijzondere onderscheiding werden de Tempeliers als kloosterridders erkend en kregen ze het recht de witte mantel van zuiverheid te dragen.
Een privilege dat niet aan iedere militaire Orde werd verleend.
In 1146 kregen de Tempeliers van de cisterciŽnzer Paus Eugenuis III hun beroemde bloedrode kruis. Na het concilie van Troyes steeg het internationale aanzien van de Tempeliers opvallend snel. Ze hielden zich op hoog niveau bezig met de westerse politiek en diplomatie en waren raadgevers van zowel koningen als parlementen.
Elf jaar later in 1139 verleende Paus Innocentuis de Tempeliers internationale onafhankelijkheid van iedere activiteit behalve de zijne. De Tempeliers waren dus niet ondergeschikt aan enige koning, kardinaal of regering en hoefden alleen aan de Paus verantwoording af te leggen.
Nog voor die tijd verwierven ze grote gebieden en omvangrijke bezittingen. Door toenemende rijkdom afkomstig uit schenkingen door buitenstaanders, van burchten, landerijen, geld, juwelen en bezittingen van nieuwelingen kon men interessante bevoorradingsplaatsen bekomen, waardoor handel langs een verkeersnet van handelsdepots actief werd.
De Tempeliers zorgden voor de beveiliging van deze handelsroutes en tegelijk werd de kas van de Tempeliers gevuld. Ook lagen zij aan de basis van een systeem met reischeques. Daardoor kan een handelaar op een landerij in Engeland zijn geld nodig voor een handel in Marseille betalen met garantie tegen diefstal of roof.
Tevens mag gezegd dat het idee en de ontwerpen voor de kathedraalbouw geheel afkomstig zijn van de Tempeliers en cisterciŽnzers. De bouwstijl werd gotiek genoemd en was totaal nieuw. Majestueuze gotische gewelven rezen uit de grond.
Behalve het onbewerkt goud vonden de Tempeliers in Jeruzalem ook oude handgeschreven boeken in het Hebreeuws en Syrisch. Zoals gezegd, dateerden de meeste van deze boeken van voor de tijd van de evangeliŽn en bevatten ze ooggetuigenverslagen die nog niet door de kerkelijke machthebbers waren gekend.
Het was en is algemeen bekend dat de Tempeliers een inzicht bezaten dat het Christendom oversteeg. Later echter werd die ooit zo vermaarde kennis van de Tempeliers aanleiding voor de fanatieke 14de eeuwse inquisitie om hun te vervolgen.
In die fase van de geschiedenis van het Christendom verdween het laatste bolwerk van de vrije gedachte.

Een gelijk lopende gedachte betreffende christelijke opvatting vinden we terug bij de Katharen. Ten westen en noordwesten van de Provence aan de Golf du Lyon ligt de oude provincie Languedoc waar de mensen in 1208 door Paus Innocentuis III vanwege hun onchristelijk gedrag werden berispt.
Evenals de Tempeliers waren de Katharen uiterst tolerant ten opzichte van de joodse en islamitische cultuur en erkenden zij de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Ze werden niettemin veroordeeld en wreed onderdrukt door de katholieke inquisitie. De Kerk beschuldigde hen van allerlei godslasterlijke zaken.
Volgens de Paus en koning Filips II van Frankrijk ging het hier om een heidense sekte. De vervolging duurde vijfendertig jaar en kostte tienduizenden het leven met als dieptepunt de moordpartij in het seminarie van Montsegur, waar in 1244 meer dan tweehonderd gijzelaars levend werden verbrand.

De valse kruistocht eindigde in 1244, maar het zou 62 jaar duren voordat Paus Clement V en koning Filips IV machtig genoeg waren om de Tempeliers aan te pakken om de geheime schat in hun bezit te krijgen.
Omstreeks 1306 was de Orde van Jeruzalem zo machtig geworden dat Philips IV de angst om het hart sloeg.
In 1306 hadden de Tempeliers altijd zonder pauselijke bemoeienis hun gang kunnen gaan, maar Filips bracht daar verandering in. Na een verdict van het Vaticaan dat hem verbood belasting te heffen aan de geestelijkheid, beraamde de Franse koning een complot om Paus Bonifatuis VIII te ontvoeren en te vermoorden. Zijn opvolger Benedictus VI kwam ook al snel onder verdacht omstandigheden om het leven en werd in 1305 opgevolgd door Filips eigen kandidaat, Bertrand de Goth, de aartsbisschop van Bordeaux, die als Clemens V tot paus gekozen werd. Met de nieuwe Paus stelde Filips een lijst van beschuldigingen tegen de Tempeliers op.
Op vrijdag 13 oktober 1307 sloegen trawanten van Filips toe. Overal in Frankrijk werden Tempeliers gearresteerd. De aangehouden ridders werden in de gevangenis gesmeten, ondervraagd, gemarteld en op de brandstapel gezet.
In die tijd was Jacques de Molay Grootmeester.

Omdat deze wist dat de Paus Clemens V een pion was van koning Filips, zorgde de Molay ervoor dat de schatten van de Tempeliers met een vloot van achttien galeien uit La Rochelle werden vervoerd. De meeste van deze schepen voerden naar Schotland. Filips dwong vervolgens paus Clemens V in 1312 om de Orde vogelvrij te verklaren en twee jaar later op 18 maart 1314 werd de Grootmeester Jacques de Molay en Grootgouverneur van NormandiŽ Godefroid de Chasney in Parijs op de brandstapel ter dood gebracht. Hiermede valt het doek over het machtige bestaan van de Tempeliers.
Na dit drama trokken vele vrijgelaten Tempeliers naar de Johannieters.
Andere trokken naar Portugal waar koning Dyonys (1279-1323) geen Tempeliers had laten arresteren. In 1317 ontstond zo de Orde van Christus die alle kenmerken had van de Tempeliers en die in 1789 werd geseculariseerd in een militaire en civiele Orde van verdienste.