Startpagina

H.K.T. Forum

Edele Families

Aleid v Poelgeest

Dirk v Brederode

Klein Poelgeest

Auteursrechten

Email kontakt

 

 

 

GROOT POELGEEST

Het door Dirk ll van Poelgeest verworven sterke huis te Hoorne of Groot Poelgeest had al spoedig de ongunst 
der tijden
te trotseren. Nadat Dirk was overleden, bleven op de burcht zijn beide zoons Gerrit en Jan achter.
Als ijvere Hoeken kozen zij partij voor Margaretha tegen haar zoon Willem V, waarop in 1352 het beleg voor het
slot werd geslagen, Het schijnt echter niet mogelijk geweest te zijn, de belegerden tot overgave te dwingen. 
Twee jaar lang weerstond het slot alle aanslagen, en pas toen in 1354 Margarstha definitief de strijd opgaf, 
opende zich de poorten
voor de nieuwe landsheer, Willem V, die de macht van de Poelgeesten had leren kennen, was verstandig genoeg 
geen misbruik van zijn positie te maken.  Hij schonk de beide broeders vergiffenis en stelde hen weer in het bezit 
van hun goederen, De oudste bleef op Groot Poelgeest wonen, de jongere Jan, trok verder landinwaarts en werd 
stichter van Klein Poelgeest in de lage waard.
Een kort overzicht van Groot Poelgeest volgt hier:
In het laatst der 14e eeuw schijnt er een brand door een buskruit ontploffing gewoed te hebben, waarop wij bij 
Klein Poelgeest nog terug komen. Ernstiger was de ramp, die het huis in 1420 trof. In dit jaar werd het slot, als een 
der meest bekende Hoekse, door Allaert Beiling, stormenderhand veroverd, waarbij alle gevangen 
onthoofd werden en het kasteel tot de grond toe werd verwoest. Mogen wij ook de wraak die heer Gerrit enige jaren 
later nam op Allaert nam, niet goedkeuren, begrijpelijk wordt deze door dit feit zeker wel! Volgoede moed bouwde 
men het slot weer op, dat echter 60 jaar later in 1488 door de Kabeljauwen onder leiding van Jan van Egmond 
wederom werd verwoest. Nadat het slot ?weer opgebouwd werd het daar zijn eigenaar het Verbond der
Edelen had ondetekend, geconfisqueerd door de Spanjaarden en eerst in 1576. na de passificatia van Gent terug 
gegeven. Daar inmiddels de Spaanse troepen die Rijnland afstroopten, er gehuisd hadden, viel er wederom heel wat
te restaureren. Men weet niet wat men in deze meer moet bewonderen, het optimisme der familie van Poelgaest, of 
wel hun ruime geldmiddelen! Nadat het eerst wat opgelapt was! ging men in 1606 tot algehele restauratie over, en 
maakte men er een alleraardigst renaissance kasteeltje van. Daar nu Poelgeest geen belegeringen meer te verduren 
had, en daarom uit dien hoofde niets betaald behoefde te worden, achtten de eigenaars het blijkbaar
noodzakelijk het geld toch op te maken, en hoort men voortdurende klachten over hun buitensporige levenswijze, 
die er toe leidde dat aan het eind der 17e eeuw, de financiela toestand der mate treurig was, dat in 1692 de Hoge
Heerlijkheden werden verkocht aan Vrouwe Maria Commerstayn, echtgenote van Mr . Gerard Schatter, ontvanger 
van de gemeene Landsmiddelen (belasting) te Haarlem, ten behoeve van haar dochter Alida, gesproten uit haar 
huwelijk met Nicolaas van Schellingwouw. Nadat het slot een jaar rustig in haar bezit was geweest, kwam nieuwe 
ellende. De laatste der Poelgeesten nam geen genoegen met het besluit van zijn moeder, het familie goed
te verkopen om zo met de schulden beladen boedel ietwat te saneren en begon een proces, dat zich jarenlang voortsleepte.
Kort daarop schijnt er iets onaangenaams van de ontvanger Schatter aan het licht te zijn gekomen, hij werd 
tenminste in 1695, uit Holland verbannen, en vertrok naar Groningen. Of zijn vrouw hem daar voortdurend 
gezelschap hiel valt te betweifelen, uit de bewaard gebleven stukken blijkt namelijk, dat zij in voortdurende onmin 
leefden. Het feit, dat Alida in 1704 met de charmante hoog begaafde Groninger Edeleman Johan Willem
Ripperda, heer van Englumburg en Jensema huwde, wijst echter wel op relaties in die richting. Als bruidschat 
schonk Maria haar kinderen Groot Poelgeest. Om van het zich eindeloos
voortslepende proces over Koudekerk af te zijn, bood Ripperda de Staten van Holland F 9000,- 
Hij schijnt het uitstekend met zijn schoonmoeder te hebben kunnen vinden, en met uiterst royale hand, zowel het 
kapitaal van hem zelf, als dat van zijn vrouw en haar moeder te hebben rondgestrooid.
Na over gegaan te zijn tot de Hervormde godsdienst, verkreeg hij zitting in de hoge regerings colleges en ging een
schitterende carriere te gemoct, welke hem, na de dood van zijn echtgenote tot Hertog, Grande van Spanje der Ie klas, 
eerste minister en diplomaat van Europese vermaartheid zou maken, om hem na vele avonturen van allerlei aard ten 
slotte als arm, en berooid Marokaanse schapen koopman te Tetuan te doen overlijden !
Een figuur die voldoende stof zou opleveren voor een uiterst boeiende roman maar wiens historie de opzet van dit
opstel ver te buiten zou gaan. oplossing door het kinderloos overlijden van de laatste erfgenaam van dit geslacht, 
Gerrit Poelgeest, in 1713 te 's Hertogenbosch. Hierop waren de Staten van Holland wel zo goedgunstig, om 
Ripperda, op 22-12-1713 als heer van Groot Poelgeest te erkennen en de heerlijkheid Kouderkerk tegen
betaling van 1000 ducaten aan vrouwe Alida af te staan, die op 18-03-1714 ook met Groot Poelgeest werd beleend. 
Hopelijk hebben Alida en haar moeder de levensjaren, welke haar nog restten, ongestoord van hun bezit konden 
genieten. In mei 1716 overleed Mr . Gerard Schatter, vermoedelijk niet al te zeer betreurd door zijn weduwe, welke 
zelf echter reeds in augustus van dat zelfde jaar stierf, in het voorjaar 1717 gevolgd werd door haar dochter Alida. 
Men zou nu verwachten, dat haar erfgenamen rustig op hun slot konden wonen, en inderdad wordt Alida's zoon 
Ludolph Ripperda op 16-06-1718 met de heerlijkheid beleend. 
Op welke wijze het nu mogelijk geweest , (de Hollandse leenkamer stelt de onderzoekers voortdurend voor 
dergelijke raadsels) is niet duidelijk, maar op 13-06-1725 wordt M r . J.C. Schatter, halfbroer van Alida met dezelfde 
heerlijkheid beleend, wat weer tot vele processen tot gevolg had, die eerst in 1737 eindigden, en de familie 
Schatter de overwinning brachten. 
Hoewel de banden tussen Groot Poelgeest en de afstammelingen van Ripperda hierdoor verbroken werden, -is het
wellicht niet ongewenst hier mee te delen, dat de nakomelingschap uit Alida van Schellingwouw in de mannelijke
lijn reeds in de 2e generatie uitstierf, evenals dat het geval was met die uit een door Ripperda met een hoog-adclijke 
Spaanse dame gesloten tweede huwelijk. Toen zijn ster begon te tanen, schijnt hij echter nog het hart te hebben 
veroverd van een eenvoudig boerenmeisje, Josepha Ramos, welke jarenlang zijn onrustig leven gedeeld heeft, 
hieruit sproten meerdere kinderen.
Het proces om Poelgeest vond tenslotte een eenvoudige voort? die wel de naam van hun vader, maar niet zijn titels
voerden. In het midden der 18e eeuw woonden nakomelingen hiervan als eenvoudige dagloners in Lengerich 
(ambt Freren, bij Osnabrueck). Een onderzoek naar het kroost van de afstammelingen van een man, die tijdens zijn 
leven meermalen het lot van Europa in handen heeft gehouden? zou zeer hoogst belangwekkend zijn.
Het kasteel zelf was inmiddels geheel vervallen, alles wat waarde had werd eruit gehaald en ten gelde gemaakt, het
puin werd gebruikt om de dijken te versterken en slechts de ruine van een klein torentje aan de ingang is 
overgebleven. Wat om, belangstellenden betreffende de geschiedenis van "POELOEEST" wel het meest treft is 
het lot van het hoogst belangrijke huis-en familie archief. Daar er bij het slopen
geen belangstelling voor bestond, werd het in kisten naar een nabij gelegen boerderij gebracht en daar op zolder 
opgestapeld. 
Toen men ar omstreeks 1900 eens naar informeerde bleek dat de toenmalige bewoner van de boerderij, van het
 "perkament", dat voor afsluiting van boterpotjes had gebruikt!!! Met deze ietwat komische? zij het uit 
wetenschappelijk oogpunt bezien, wel zeer treurige historie, eindigen de we1 zeer afwisselende lotgevallen van 
de tweede burcht van de Poelgeesten, nl. GROOT POELEEST.

J.W. van Poelgeest, den Haag 1988

 

Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden