Startpagina

H.K.T. Forum

Edele Families

Aleid v Poelgeest

Dirk v Brederode

Groot Poelgeest

Auteursrechten

Email kontakt

 

 

CLEYN -POELGEEST 

 

Inkomsten van Kennemer land, benevens turf uit 's Graven veen en brandhout uit het Haagse bos? terwijl voor mondvoorraad werd verzorgd door een hofstede die bij de Vijverberg was gelegen. Tevens zorgde Aleida ervoor dat haar verwanten niet vergeten werden. Haar vader kreeg een hofstede in de Poten, en de heerlijkheden Oost en West Hellevoet bij den Briell. Aan haar oom Dirk werden herhaaldelijk renten kwijt gescholden, terwijl hij tegen lage erfpacht verschillende visserijen in Zuid-Holland ontving. Ook haar broer Gerrit ontving een gift, eveneens haar zuster, die in het klooster Koningsveld was.
Verder nog een tante, die kloosterlinge was in Ter Lee, terwijl behalve haar eigen personeel, ook alle bewoners van Poelgeest ontheven werden van schot en hofdiensten.

Haar tragisch einde is algemeen bekend. Naar mate de invloed van Aleid toenam, en de Kabeljauwse partij de overhand kreeg, steeg de verbittering van de Hoeksen. Dit bracht hen er  ten slotte toe, op de avond van de 21e september 1392  Aleid, die vergezeld werd door Willem Cuser, ('s Graven hofmeester, Baljuw van Amstel en Waterland) op het speciaal voor haar aangelegde pad met haar begeleiders te vermoorden. Over jaar en datum lopen de opgaven, sterk uiteen. Zowel de oudste kronieken als de oudste rekeningen wijzen allen op de hier boven genoernde data, waarbij St. Mauritiusavond als de avond "voor" St. Mauritius. Op St. Mauritius 1392 krijgt haar zuster Clemeynse, jonge Floris vrouwe van Toll, Jansdochter van Poelgeest, levenslang het scroengors onder Voorburg aan ' s Gravendam. Waarschijnlijk is dit "na" de laffe moord als balsem op de wonden. 
Zou de moord echterop St. Mauritius dag des avonds hebben plaats gevonden, dan was dat waarschijnlijk de druppel geweest die de emmer van de verbolgenheid der Hoeksen heeft doen overlopen. Het is genoegzaam bekend, hoe de Graaf, daarin bijgestaan door Coenraad Cuser van Oosterwijk, de vader van en met de grond gelijk maakte. 

Er wordt vaan verondersteldt, dat Coenraad ook aan de van Poelgeest verwant was door vrouwe Mabelia.

Deze was echter uit het geslacht van Oosterwijk, dat uit de van Arkels was ontstaan, terwijk de Cuser door bastaardij uit de Henegouwse Graven stamden. De naam van Oosterwijk ontleende hij aan de riddermatige hoftede van die naam, nu Beverwijk, ook wel "Ter Wijc" genoemd. Coenraad verwierf dit kasteel op 9 december 1366 van Jan van Egmond. Of de Coenraad van Oosterwik, die van Leeuwen's Batavia Illustrata onder de Arkelse O's opgeeft, echter niet indentiek  met de vader van Willem, staat nog te bezien? zodat verband zeker niet onmogelijk is.

Alle huizen van de bij de moord betrokkenen, aangreep. Bij het overlijden van Aleid was haar vader reeds dood en haar broer Gerrit nog minderjarig. Uit vrees, dat de Hoeksen wraak zouden nemen nemen op het geslacht van Poelgeest en de hofstde Cleyn Poelgeest dat geen voldoende veiligheid meer zou bieden, heeft de weduwe van Jan met haar kinderen vermoedelijk haar toevlucht gezocht bij haar zwager. Heer Dirk, op  zijn machtig slot Groot Poelgeest.

Dit wordt verondersteld uit de inschrijving in het reg.-nov. van St. Luciendag 13 december 1415: waarbij Heer Gerrit nieuwe leenbrieven ontving van de hem na de dood van zijn vader verleende belening. Aannemende, dat Gerrit uit Jans eerste huwelijk stamt en deze reeds met Belia gehuwd was, zal Gerrit uiterlijk in 1398 meerderjarig geworden zijn, zodat de ontploffing in tegenstelling met wat wijlen heer Rest dacht, die haar in 1415 stelde, iets waartegen Jhr. Beelaerts van Blokland terecht bezwaar tegen maakte 20 jaar vroeger moet moet zijn gebeurd, Aleids zuster Clemeynse is reeds spoedig overleden, daar Albrecht op 24 mei 1396 "sine lieve neve Coen van Oosterwijc Willem Cuserszn" beleend met 28 morgen land in de banne van Voorhout, welke leengoed aan de Grafelijkheid was verstorven"....van Jonkvrouwe Clemeynse van Poelgeest, die de vrouw was van Floris van Toll.

Hieruit zou men, evenals uit de belening van 22 oktober 1392, die ook voor levenslang gold. mogen afleiden, dat Clemeynse geen kinderen heeft nagelaten. In het jaar 1413 komen we dan echter tot een merkwaardig probleem. Als de verzoening voor de moord plaats heeft, wordt daartoe naast Heer Gerrit van Poelgeest, ontboden Adriaan van Toll van Loevesteyn. Aangezien deze verder nimmer wordt vermeld, kunnen wij niet nagaan, wie hij was. Maar het ligt  voor de hand, dat hij een zoon was van Clemeynse. Trouwens het VI memoriale B.F. (1406 - 1408) heeft een ingeschoven blad waarop staat: "Dit syn joncvrouwen Aliden maghe. in den eersten: Gheryt van Poelgeest. Florijs kinder van den Tolle, haere zuster kinder.  Florijs van Alkemade: Jan van Beest, Otto van Beieren ende anders haer inashe" Dit zou er dus op kunnen wijzen, dat Clemeynse meerdere kinderen heeft nagelaten. Op 7 november 1413 vertrok 'Oude Huse" naar Loevesteyn om Adriaan van Toll uit te nodigen, met zijn mayen op St. Catherine (25 nov.) in 's Gravenhage aanwezig te zijn, om voetval te nemen van Jonkvrouw Alijden en Willem Cuser doot, ende oirbede weder te doen. Inderdaad vond de zoen op die dag plaats te 's Gravenhage, na een dienst in de Sint Jacobskerk.

De Graaf van Oostervant, aanvoerder der Hoeksen, die naar alle waarschijnlijkheid de moord selaijte, was na zijn vaders dood als Graaf Willem Vl landsheer geworden. Hij stichtte nu bij gelegenheid van de zoen twee kappellen. Een op het St. Laurensaltaar van de kerk te Koudekerk en de andere in de grote kerk te Haarlem. Het collatierecht der eerste, ter nagedachtenis aan jonkvrouwe Aleida, zou ombeurten berusten bij de afstammelingen van Heer Gerrit en bij die van Adriaan van Toll. Het collatierecht van de kappel te Haarlem die aan Willem Cuser's memorie gewijd was, zou beurtelings bij Harpert van Foreest en Gerrit van Spaarnwoude of hun nakomelingen berusten. Met dat stichtten vlotte het vliet ers. Welliswaar kreeg hij van Willem VI 380 kronen waar hij land en hypotheken voor kocht te Koudekerk en Eggelikerkwoude, waar zijn zoon Jan eerst in 1453(?)  tot het stichtten der vicarie overging. Jan sprak in de oorkonde van zijne "mooie jonkvrouwe Aleida en noemt Adriaan van Toll, die toen nog in leven was. zijn neef. Hoe die collatierechten via de Coppier's ten slotte in handen van Arend van Dorp geraakten  valt buiten dit opstel. Wanneer de hofstede Cleyn Poelgeest in de Lage Waard verwoest werd is niet duidelijk, De heer Beelaerts van Blokland neemt aan dat deze het lot van Groot Poelgeest gedeeld heeft. Aangezien het mij niet onwaarschijnlijk voorkomt dat ook den Toll toendertijd vernield is, zal in dat geval ook Foreest vernield zijn, immers die stond ook in den Lage Waard. Hoe het ook zij, na de dood van Heer Gerrit, heeft zijn zoon Jan een nieuw huis, gebouwd.Thans in de Hoge Waard, waar het oude heeft gestaan. Hij heeft het huis op 12 mei 1437 aan Philips van Bourgondie opgedragen, om het vervolgens weer in leen terug te ontvangen.

Heer Gerrit was gehuwd met Willemyne van Naaldwijk, die het kasteel Oud Teylingen of Lockhorst geerfd had en er in 1466 stierf. Na haar overlijden verliet Jan......Cleyn Poelgeest en vestigde zich op Lockhorst te Warmond. Zijn zoon Adriaan stierf kinderloos en vermaakte Cleyn Poelgeest aan de zoon van zijn zuster. Sophia, Gerrit van Hoochwoude. Het huis dat waarschijnlijk .meestal onbewoond stond, bleef in deze familie tot 1614, omdat Jhr. Johan Hackfort, een Gelders edelman, bij de dood van Wilhelmina van Hoochwoude, "sijn beste vadermoye" ermee beleend had. Deze verkocht het op 24 ? 1614 aan een lid der Leidse vroedschap! Hendrik Sergeanszn, wiens zoon het later overdeed aan de Utrechtenaar Daniel Schonck, die het tot 1654 behield, waarna het overging aan Jhr. Jacob van Randerode van der Aa, uit een Zuid-Nederlands geslacht. De nieuwe eigenaar was op 12 mei 1643 te Utrecht gehuwd met Maria von Bodeck en overleed in 1672, nalatende 4 kinderen.
Wijlen de heer de Rest vermoedt in zijn artikel over Cleyn Poelgeest, waaraan vele voorafgaande bijzonderheden ontleend zijn, dat Bonaventura indentiek is met de persoon, wiens droevig noodlot Beets inspireerde tot zijn bekend dichtwerk "Gwij de Vlaming". 
Op zijn 17e jaar in 1672, werd hij met met Cleyn Poelgeest beleend. Hij is Waarschijnlijk al in 1680 overleden, daar op 2 december van dat jaar zijn broer en zuster beleend werden. Ontdaan van alle franje der romantiek, is Beets verhaal gegrond op een korte mededeling in Plemper's beschrijving van Alphen. Het betreft een geval van melancholie bij een jong gehuwd Vlaams edelman, vader van twee kinderen, die zelfmoord pleegde, en zijn 24 jarige vrouw om het leven bracht. Daar deze bij zonderheden tamelijk passen bij de jonge Bonaventura, vermoedt Rest dat dit de bedoelde persoon is geweest. Kort na dit tragische voorval volgde een gebeurtenis, waaraan de familie Randerode, hoewel gelukkig niet met zulk en droevige afloop, toch eveneens het slachtoffer werd. 
Kort na de dood van Bonaventura verscheen op Cleyn Poelgeest een persoon, welke de indruk maakte een volmaakt cavalier te zijn. Deze maakte de oudste dochter des huizes het hof. Hoewel zij zich voorbereide voor. de geestelijke staat, maakte zij deze voorbereidselen ongedaan. 

Inplaats van in het nonnenkleed, liet zij zich in groot ornaat volgens de nieuwste mode uitschilderen. De man gaf zich uit voor een Prins de Ligne, maar wist zich door allerlei listige machinaties aan een dien ten gevolge aangekondigd bezoek van de Spaanse Ambassadeur te 's Gravenhage te onttrekken. Nadat de datum van het huwelijk reeds was bepaald, moest hij even orde op zaken stellen en zich naar Suriname begeven, waar verschillende hem toebehorende schepen zouden liggen wachten. Daartoe liet hij een welbemand en bewapend vaartuigen- uit Amstedam.

Kort hierop heeft de familie van Randerode het slot verlaten men  deed dit in 1687 over aan Hugo van der Maat, Baljuw van Klundert. In 1721 kwam het in handen van de familie de Jongh, om 5 jaar later weer verkocht te worden aan Dirck Roos, kapitein ter zee der Adm. te Amsterdam. Op 20 december 1742 verkocht deze het weer aan een 18e eeuwse verzamelaar van heerlijkheden, M r . Louis Trip de Marez., die voortdurend in processen verwikkeld was en allerlei grillige plannen in het hoofd had. Oorspronkelijk voornemens het slot te doen afbreken. Hij schijrit daarvan teruggekomen te zijn en er zelfs nog twee vleugels hebben laten aanbouwen. Daar hij na een jaar huwelijk van zijn vrouw was gescheiden, leefde hij met zijn moeder Elisabeth van Loon. Die volgens een Koudekerkse legende krankzinnig geweest zou zijn. Hij placht voor de bevolking zeer gul te zijn. Hij werd dan ook diep betreurd toen hij, vermoedelijk naar aanleiding van een hoog lopende twist met de Kudekerkse streng orthodoxe predikant Holitus, zijn verblijf elders koos. Bij testament had hij Cleyn Poelgeest aan de stad Leiden vermaakt, onder voorbehoud van vruchtgebruik door zijn nicht? Anna Maria, Gravin van Rechteren. Omdat zij daar vermoedelijk hoogst zelden vertoefde, was het huis toen zij in 1810 stierf zo vervallen, dat men het de moeite van restauratie niet waard achtte. Daarom werd het in 1812 gesloopt. Hiermee vond het 3e huis van de Poelgeesten een triest einde. De herinnering aan Cleyn Poelgeest was dus nog vrij vers toen Beets voor ruim 150 jaar zijn 'Gwy de Vlaming" er het volgende? vermoedelijk door Sir Walter Scott's roman geinspireerde 'vaers" over schreef. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 


Het door mij geraadpleegde literatuur volgt hieronder ;

- De oudste cronieken en beschrijvingen van Rotterdam en Schieland. 
- Deel ll der bronnen van de geschiedenis van Rotterdam 1895;

J.H.W. Unger en W. Bezemer. - D'oude cronycle historien van Holland, Zeeland ende Utrecht,

2e druk, ' 5 Gravenhage 1636 fol. - Batavia Illustrata, 's Gravenhage 1636 fol. S. van Leeuwen. - Haagse courant, Het Leidsdagblad. - Lith. van Emrik t Binger. - Notities van de heren: van Bijleveld, Jhr. van Foreest, Dhr.J. van Toll.

- En vele anonieme schrijver.

 

Auteur,

J.W. van Poelgeest
Den Haag 1988

 

 

Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden