Startpagina

Publicaties

Egmond 1

Egmond 2

Egmond 3

Egmond 4

Egmond 5

Egmond 6

Dirk v Brederode

H.K.T. Forum

Auteursrechten

Email kontakt

Links

    " HOE JONCFROU ALIJT VAN POELGEEST dootgheslegen worde "

door heer J.W. van Poelgeest

EEN DRAMA OP HET BUITENHOF

ALEIDA VAN POELGEEST BEKOCHT HEERSZUCHT MET DE DOOD.
VERBITTERDE EDELEN BRACHTEN HAAR OM HET LEVEN.

"Mooie Aaltje is vermoord Als een lopend vuurtje verspreidde dit bericht zich in de avond van 21 september 1392 door het dorp van die Haghe en bereikte als spoedig alle uithoeken van het land, overal schrik en ontsteltenis verwekkende. Mooie Aaltje is vermoord, de minnares van Hertog Albrecht van Beieren, de Graaf van Holland. Schrik en ontsteltenis, maar ook vreugde ! De aanhangers van de Graaf waren verslagen toen zij de dood van jonkvrouw Aleida van Poelgeest te horen kregen, het volk was ontzet over de gruwelijke daad, die ongetwijfeld trieste gevolgen zou hebben, maar een nauw verholen was de vreugde van de Hoeksen, die in Aleida een gevaarlijke vijandin zagen.


En, hoe vreemd dit ook moge klinken, de moord op Graaf Albrechts geliefde, is de oorzaak geweest, dat de Friezen - zij het tijdelijk door de Hollandse Graaf werden onderworpen. Zo vertoornd was de graaf over de moord, dat hij de daders en hun aanhangers als het ware vogelvrij verklaarde en hun bezittingen platbrandde of verbeurd verklaarde. Zelfs zijn zoon, de latere Graaf Willem Vl, moest zich door de vlucht redden, toen zijn vader dreigde hem te zullen doden. Invloedrijke familieleden wisten evenwel de aandacht van de vertoornde Graaf af te leiden door een strafexpeditie tegen de Friezen te ondernemen. De Friezen waren immers een halve eeuw tevoren zo brutaal geweest een Hollands leger te verslaan, toen dit hun land wilde veroveren, waarbij Graaf Willem lV het leven verloor. Die gebeurtenis was nog altijd niet gewroken.....dus, het werd tijd dat het nu gebeurde ! !


DE KRANKZINNIGE GRAAF

Hertog Albrecht van Beieren uit het huis van Wittelsbach was in 1330 te München geboren en was de jongere broer van de latere Graaf Wilem V. Nadat Graaf Willem 1V in 1345 tijdens een veldtocht tegen de Friezen was gesneuveld, volgde, daar de Graaf geen kinderen had nagelaten - zijn zuster Margaretha, de gemalin van Keizer Lodewijk van Beieren, hem op. Dat leek echter eenvoudiger dan het was, want Holland en Zeeland waren zwaardlanden, die alleen door mannen mochten worden bestuurd. Het gevolg was dat er zich twee partijen vormden, die elkaar te lijf zouden gaan. De Kabeljauwen (zo genoemd naar het wapen van Beieren, dat bestond uit witte en blauwe ruiten, welke op enige afstand bezien leken op de schubben van een kabeljauw) en de Hoeksen. Deze laatste noemden zich aldus omdat zij met 'hun haken of hoeken de Kabeljauwen wel zouden vangen". De Hoeksen waren voor Margaretha, maar de Kabeljauwen wensten haar 17 jarige zoon Willem als graaf. Laatstgenoemden kregen gedeeltelijk hun zin toen de jongeling tot plaatsvervanger werd benoemd. De jonge Willem voelde er echter helemaal niet voor zijn moeder hiervoor een hoog jaargeld te moeten betalen.
De strijd laaide hoog op waaraan pas een eind kwam in 1354 bij de verzoening tussen moeder en zoon, waarbij de laatste als Graaf werd erkend, de eerste Graaf uit het Beierse huis. Bij de dood van zijn moeder kreeg Willem V ook het gezag over Henegouwen (dat ook door een vrouw geregeerd mocht worden). De jonge Graaf bracht hierna een bezoek aan Engeland, waarbij hij in het huwelijk trad met een nicht van Koning Edward lll , de zwager van zijn moeder.




"EEN VREEMDE TERUGKEER"

Wat er in Engeland met de Graaf is gebeurd kan men slechts gissen, het ware is men nooit te weten gekomen. Zeker is slechts, dat de Graaf in plaats van een gelukkige Bruidegom een somber en opvliegend man was geworden. Meermalen zat hij in gepeins verzonken om dan plotseling in woede uit te barsten. Die aanvallen kregen een steeds gevaarlijker karakter, een bediende van de Graaf, die zich in een kerk niet betamelijk zou hebben gedragen, moest op last van Willem ter dood worden gebracht. Op 28 augustus 1357 ontstak de Graaf zonder een aanwijsbare reden in zo'n woede, dat hij Gerrit, Heer van Wateringen, doodstak.....
Zijn naaste omgeving besloot hierna de dolle Graaf op te sluiten, eerst in Den Haag, later in het kasteel Quesnoy te Henegouwen, waar hij nog 31 jaar heeft geleefd. Daar de Graaf geen kinderen had, werd zijn broer Hertog Albrecht van Beieren, aangewezen als Ruwaard (plaatsvervanger). Albrecht trof het niet, want overal in het land was het rumoerig, daar de strijd tussen de 2e en 3e stand, ofwel tussen de adel en de steden, in volle gang was. De Ruwaard bleek echter een knap politicus: hij liet de Kabeljauwen hun voorrechten behouden en herstelde de Hoeksen in hun vroegere rechten. Dertig jaar was hij slechts Ruwaard, maar hij heeft zeer veel aan het bestuur van de steden verbeterd. Zo stelde hij de Poortmeesters (Burgermeesters) aan die de stedelijke geldzaken moesten verzorgen, terwijl de steden voortaan geen soldaten meer behoefden te leveren, maar de Graaf van het nodige geld moesten voorzien, waarvoor hij huurtroepen kon werven.

OP HET BINNENHOF



Het leven op het Haagse Binnenhof ging intussen rustig voort. De edelen vermaakten zich met de jacht, met dobbelen, met toernooien en ruiterspelen, nu en dan afgewisseld met een duel als de Kabeljauwen en de Hoeksen elkaar eens al te grof hadden bejegend. De vele kortstondige liefhebberijen van de Ruwaard kostten handen vol geld. Geld dat Albrecht feitelijk niet had, zodat hij ging lenen, waardoor hij bij tal van Kabeljauwse adelen diep in de schuld kwam te staan. De methoden om die schulden te delgen, n.l.. door de schuldeisers met belangrijke ambten te laten bekleden, zette in het bijzonder bij de Hoekse edelen veel kwaad bloed.
Nadat in 1586 Albrechts gemalin Margaretha overleden was, begon de Ruwaard meer dan gewone belangstelling te tonen voor een van haar hofdames. De Heer van Poelgeest, een der leiders van de Kabeljauwen, stond bij Albrecht in hoog aanzien en toen zijn dochter, Aleida van Poelgeest kans zag de Ruwaard in haar netten te verstrikken, werd de macht van de Poelgeesten nog groter ! Dat Albrecht wel bijzonder op de schone jonkvrouw gesteld moet zijn geweest, blijkt wel uit het feit, dat hij in 1388 een speciale koerier naar het slot Teylingen stuurde, waar Aleida vertoefde, om haar te vragen naar Den Haag te komen.
Na de dood van de ‘Dolle Graaf’ in 1389 werd Albrecht Graaf van Holland. Zijn genegenheid voor vrouwe Aleida werd steeds groter. In de Hoogstraat had hij een prachtige woning voor haar laten inrichten, waarvan de achtertuin uitkwam op het Buitenhof, ter hoogte van het tegenwoordig "Coronay, zodat de Graaf zijn geliefde kon zien wanneer zij in haar tuin wandelde. Er wordt wel eens een tipje van de sluier opgelicht die de oude historie van "die Haghe' bedekt en dan komen gangen te voorschijn en oude kruisgewelven. Even denkt men dan aan hen, die hier woonden, leefden en stierven. Bij verbouwingen in het pand van de firma Arnouts in de Hoogstraat stuitte men op zeer zware muurfragmenten, onderaardse gangen en gewelven, welks eens deel uitmaakten van het huis van Aleida van Poelgeest, de minnares van Hertog Albrecht. Het geheel der onderaardse constructie was echter zo bouwvallig en vol scheuren, dat er niets anders overbleef dan slopen en opnieuw op te trekken. Behalve enkele oude tegeltjes zijn nog enkele vrijwel gave kannetjes gevonden, die momenteel een ereplaatsje in het kantoor van de firma hebben gekregen. Van het binnenplaatsje van de aangrenzende firma Rimmel komen wij in een oud bouwvallig huisje met een etage, waar volgens de overlevering de beul gelogeerd moet hebben, wanneer er in die Haghe werk voor hem aan de winkel was. (Den Haag maakte gebruik van de beul van Delft) Via een onderaardse gang zou hij zonder gevaar bij de gevangenpoort kunnen komen. Enige tijd geleden werden bij opgravingen aan de Tulpwég te Rijswijk fundamenten gevonden van het in 1780 gesloopte kasteel Blootinghe. Ongeveer 70 cm. onder het maaiveld liggen hier metersdikke fundamenten van het oude kasteel waarin eens Dirc die Bloote de gevolgen heeft zitten afwachten van zijn medewerking aan de moord op Aleida en Willem op het Buitenhof. De jongste afbeelding van het kasteel dateert uit 1729 en toont een fors gebouw met een ronde toren op de N.O.-hoek en een achtkantige toren aan de NW.-hoek. Gelegen in een brede vijver, waarvan de overblijfselen nog te zien zijn, was het kasteel door een bosrijk park omgeven. De gevonden stenen stammen uit 1400, de basis der fundamenten schijnt echter te bestaan uit de oude grote moppen. Nu was het Binnenhof vaak een grote modderpoel en de Graaf vond het toch wel zonde van de mooie voetjes van zijn jonkvrouw, dat zij daar doorheen moest baggeren (waden), zodat hij in 1391 door Delftse stratenmakers een klinkerpad liet aanleggen van het Binnenhof naar de achterzijde van Aleida's huis. Zelfs liet hij de wilgen bij het Valkhuis naast de gevangenpoort kappen, opdat hij zijn geliefde beter zou kunnen volgen.............
De invloed van Aleid werd steeds groter en de Graaf koesterde zelfs het plan haar tot zijn wettige gade te maken. Al spoedig had zij geheel de plaats ingenomen van de overleden Hertogin en zij wist de Graaf geheel naar haar hand te zetten. Die wel zeer bevoorrechte positie zou voor de buitenwereld van weinig belang zijn geweest, ware het niet dat..mooie Aaltje.. ook politiek bedreef. Zij was dus de befaamde " Madame de Pompadour " daarmede al heel wat jaartjes voor ! Haar familie en haar vrienden (edelen van Kabeljauwse partij) kregen allerlei gunsten van de Graaf hetgeen steeds meer ontstemming bij de Hoekse verwekte. De macht van de bevallige jonkvrouw werd tenslotte zo groot dat het erop leek, dat zij de hoogste in den lande was in plaats van "de Graaf". De Hoeksen besloten daarom zich in een verbond te verenigen, waarbij o.a. de erfprins Willem van Oostervant, die voor rijn vader als Stadhouder in Henegouwen het bewind voerde, een der leiders werd. Hierop verenigden zich veertig edelen van de Kabeljauwse partij onder leiding van de Graaf, waardoor de oude partijen opnieuw fel tegenover elkaar stonden. In de verwachting, dat zij de macht der Kabeljauwen zouden breken als Aleida van het toneel verdwenen zou zijn, beraamden de Hoeksen het plan de geliefde van de Graaf uit de weg te ruimen.

HET DRAMA

De avond van de 21ste september 1392 bleek de samenzweerders gunstig voor hun snode plannen. Samen met de jonge edelman Willem Cuser wandelde Aleida van het hof naar haar woning aan de Hoogstraat. Plotseling was het paar ongeveer ter hoogte van de gevangenpoort omringd door een aantal mannen. Willem Cuser plaatste zich voor de edelvrouw, maar hij moest zijn heldhaftig gedrag met de dood bekopen, waarna de overvallers de jonkvrouw in haar borst staken, die daarop, ineenzeeg, waarna de daders de vlucht namen. Een blauwe steen halverwege het Binnenhof en de Hoogstraat herinnert de Hagenaar nog steeds aan de nu bijna 600 jaar geleden laffe moorden.
De bolle blauwachtige steen, die op de Plaats vlak bij het standbeeld van Johan de Wit in het plaveisel ligt, blijft menigeen intrigeren. Sommigen weten in de verste verte niet waar die vandaan komt en wat de 8 krassen, die erin gegrift zijn, moeten voorstellen.
Gewoon een steen, denken ze ! Anderen duiken, gewapend met de halve waarheid, in de late middeleeuwen en menen, dat hier sabelkrassen te zien zijn. Dat rond die steen een moord werd gepleegd, en wel op Aleida, de minnares van Graaf Albrecht tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten ! Maar dan weten ze al heel veel ! !
Werklieden, die destijds bij de aanleg van de Paleis promenade de steen "voorzichtig" hebben moeten uitgraven en op de zelfde plaats hebben ingelegd, konden nu wel aan de opzichter vragen waarom ze dat moesten doen...... maar deze Gemeente opzichter, bleek ook van niets te weten ! Het is zelfs zo dat niemand er het fijne van weet, al hebben talrijke grijze en soms dorre hoofden zich over oude gebeurtenis gebogen om de waarheid boven water te krijgen.
Het meest gangbare verhaal over de blauwe steen gaat dat de steen niet op de oorspronkelijke plaats ligt, maar in de 14e eeuw op het Buitenhof lag. Op deze plaats werden Aleida en de haar vergezellende Willem vermoord.
De meest gangbare opvatting is, dat, de dubbele moord is gepleegd op het Buitenhof bij de voorpoort ofwel gevangenpoort. Albrecht zwoer wraak aan de naar schatting 50 samenzweerders, onder wie edelen uit zijn directe gevolg. Zijn zoon Willem, Graaf van Oostervant , Grootmeester der Teutoonse Orde, en Ridder van Barbefosse, die als medeplichtige werd beschouwd, ontliep de vaderlijke toorn door te vluchten naar kasteel Altena, waar hij zich met zijn mededaders verschanste, zoals dat werd genoemd. De Graaf ontstak bij het zien van zijn dode geliefde in razernij en zwoer haar dood te zullen wreken. De moordenaars waren gevlucht, maar de Graaf wist heel goed wie de aanstichters tot de overval waren en hij verklaarde dan ook alle Hoekse edelen mede schuldig. De vader van Willam Cuser betichtte o.a, van moord op zijn zoon, 'de Burggraaf van Leiden Dirk van Wassennaar, Phillips van Polanen, Dirk van der Leck, Jonkvrouwe van de Leck, Otto, Jan en Guy van Asperen, Jan van Heemstede en Jan van Duivenvoorde", Albrecht daagde hen voor zijn rechtsstoel, maar wijselijk voldeden zij niet aan dit bevel en namen liever de vlucht dan een zekere dood. Zij werden nu bij verstek veroordeeld, waarbij o.a. al hun bezit verbeurd werd verklaard. Onder leiding van de vader van Willem werden hun kastelen verwoest. De vluchtend edelen zochten een goed heenkomen in Henegouwen bij Willem van Oostervant, die zich ijlings naar Den Haag spoedde om bij zijn vader genade voor de daders af te smeken. Albrecht wenste zijn zoon evenwel niet aan te horen en betichtte hem zelfs van medeplichtigheid aan de dood van Aleida, en ontnam hem zijn Stadhouderschap. De jonge Willem wist nog juist gevangenneming te ontgaan toen hij in den Haag een woning was binnen gevlucht en de dienaren van de Graaf het huis omsingelden en in brand staken. Hij week uit naar het kasteel Altena. Graaf Albrecht was zo door zijn woede verblind, dat hij een leger verzamelde om zijn zoon in het kasteel te belegeren. Deze wachtte hem evenwel niet af en vluchtte via Breda naar Frankrijk. Intussen ging het ene Hoekse goed na het andere in vlammen op. De Hoeksen waren vogelvrij ! Willem zocht hulp bij bisschop Jan van Beieren om bij zijn vader te bemiddelen. Deze slaagde er inderdaad in de Graaf tot bedaren te krijgen en hem met zijn zoon te verzoenen. Zelfs mochten de verbannen edelen terugkeren, maar de daders bleven in ballingschap.
 

Extra audio moord op Aleida van Poelgeest zwarte gat 1988 - 17 MB groot in zip bestand


Gepubliceerd in het HKT blad juli 1988

©J.W. van Poelgeest, den Haag

Gepubliceerd in het HKT blad juli 1988

©J.W. van Poelgeest, den Haag

 

© Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden