Startpagina

Egmond 1

Egmond 2

Egmond 3

Egmond 4

Egmond 5

Egmond 6

Dirk v Brederode

Aleid v Poelgeest

< Auteursrechten

Email kontakt

Links

 

Egmond deel 3

In de vorige delen van mijn Egmond-bijdrage kwam al een Wouter van
Egmond ter sprake. Toen in 1242 Gerard I van Egmond op nog jonge
leeftijd kwam te overlijden was zijn zoon Willem II nog te jong om
zijn vader als leenman op te volgen. In de periode 1242-1248 zien we
dan ook een Wouter van Egmond als voogd optreden. Deze Wouter van
Egmond die we ook kennen onder de bijnaam Stoutkind wordt door
Beelaerts van Blokland en Dek genoemd als derde en jongere broer van
abt Lubbert van Egmond. Samen met Arnold, Nicolaas en Menzo zijn
deze broers de zonen van Wouter van Egmond en kleinzonen van Gerard,
een jongere broer van Willem I van Egmond. Met uitzondering van
Menzo worden Arnold, Nicolaas en Wouter genoemd als ridder. Oudste
broer Lubbert van Egmond is als abt van de abdij van Egmond bekend
tussen 1240 en 1263. De functie van abt is net als vele andere
ambten in de kerkelijke hirarchie er een met een bepaalde
verantwoordelijkheid. Van een bisschop weten we dat deze in de
middeleeuwen minimaal 30 jaar moet zijn. Voor een kapittelproost en
een deken was de minimumleeftijd gelijk aan die voor een gewone
priester: 25 jaar. We mogen derhalve er van uitgaan dat Lubbert van
Egmond ook minstens 25 zal zijn geweest toen hij tot abt gekozen
werd.

Lubberts eerste vermelding dateert uit 1240 zodat hij minstens in
1215 geboren zal zijn. Een abt van Egmond genoot aanzien in het
graafschap Holland. Het is derhalve vreemd dat we niet hem maar zijn
broer Wouter van Egmond zien als voogd van Willem II, de onmondige
heer van Egmond. Normaal gesproken zou je de oudste en meest
capabele verwant mogen verwachten als voogd over de jeugdige
stamhouder. Niet een jongere vierde zoon van een neef. Bovendien is
het merkwaardig dat we een aantal achterneven, generatiegenoten
zelfs, aanzienlijk ouder dienen in te schatten dan de uit de
hoofdstam voortspruitende minderjarige Willem II, heer van Egmond. 
Er lijkt dus wat te mankeren aan de gangbare opvatting zoals deze
door Beelaerts van Blokland en Dek in navolging van de 15e eeuwse
Johannis a Leydis wordt gepresenteerd.

Bij eerstgenoemde onderzoeker is over Wouter van Egmond, de vader
van de vijf gebroeders, niets bekend buitens zijn overlijden op 29
mei 1223. Dit jaartal zien we ook terugkomen als we op 23 juli 1223
Willem I van Egmond een schenking zien doen voor het zielenheil van
zijn overleden broer Wouter. Het lijkt dus er sterk op dat de in mei
overleden Wouter van Egmond dezelfde persoon is als de gelijknamige
broer van Willem I van Egmond. Deze constatering verminderd dus
aanzienlijk datgene wat we over de vader van de vijf gebroeders
weten. Johannes a Leydis spreekt over Wouter van Egmond als zijnde
een zoon van een Gerard. Deze voornaam Gerard komen we ook tegen bij
de oudste zonen van de ridders Arnold en Wouter. Volgens de
kroniekschrijvers (zie BvB 1938, kolom 25-26) had Wouter de Kwade,
stamvader van de heren van Egmond, een zoon met naam Gerard die in
1217 zou zijn overleden (of 1227 volgens Johannis a Leyden).

Rangschikken we het een en ander op een meer logische wijze, dan
lijkt het duidelijk dat de vijf gebroeders van een oudere generatie
zullen zijn dan Willem II van Egmond. In de als voogd optredende
Wouter van Egmond zullen we ook de oudste Egmond-verwant mogen
herkennen aangezien het priesterschap meestal was voorbehouden aan
de jongere zoons in een gezin. Zowel Wouter als zijn broer Arnold
van Egmond blijken als "oudste"zoon een Gerard te hebben, een
feit
waarin we een vingerwijzing kunnen zien naar een grootvaderlijke
vernoeming. De conclusie lijkt me duidelijk, de vijf gebroeders
zullen zonen zijn geweest van de in 1217 overleden Gerard van
Egmond, een jongere zoon van stamvader Wouter de Kwade van Egmond.

Dit is een item wat Hoek (Rhoon, kolom 253-254) niet lijkt te zijn
ontgaan, maar deze speelde met het idee dat Gerard van Egmond
wellicht dezelfde persoon was als een uit 1223 en 1227 bekende
Gerard van Teilingen. Aangezien Hoek eerder in zijn artikel
aannemelijk maakt dat stamvader Wouter van Egmond met een Mabelia
van IJsselmonde (vermoedelijk een dochter van Hugo van IJsselmonde)
huwde kwam hij vervolgens met de suggestie dat Gerard van Egmond
alias van Teilingen, een zoon van Wouter van Egmond uit een tweede
huwelijk met een dochter van een uit 1143 (1174 volgens Hoek)
bekende Gerard van Teilingen zou moeten zijn. Daartoe zou dus aan de
opvatting van Johannis a Leyden voor een overlijden van Gerard in
1227 meer waarde gehecht moeten worden dan aan de
overlijdensdatering van 1217 die ons bekend is uit het Necrologium
of dodenregister van de abdij van Egmond.

De veronderstelling van Hoek lijkt iets te gekunsteld. Het staat
namelijk niet vast dat de uit een oorkonde uit 1201 bekende Mabelia,
de vrouw van Wouter de Kwade van Egmond, en Heilwijf de vrouw van
Antonij van Gelmen, dochters van een Hugo van IJsselmonde zijn
geweest. De heren van Egmond hebben dit ambacht IJsselmonde
weliswaar gerfd van Hugo maar deze kan net zo goed de broer zijn
geweest van Mabelia en Heilwijf. De voornaam Hugo zien we ook niet
terugkomen bij de nakomelingen van Mabelia en Heilwijf. Voornoemde
Hugo van IJsselmonde is volgens Hoek slechts bekend uit n
optreden
als getuige voor graaf Floris II, ergens in de periode 1162-1190).
Dat is tamelijk vaag als we bedenken dat Wouter van Egmond en
Mabelia rond 1170 zullen zijn gehuwd.

Van de uit 1143 (of 1174) bekende Gerard van Teilingen weten we
eveneens niets meer dan dat hij getuige was. We weten niets naders
over zijn nakomelingen hoewel verondersteld wordt dat hij de
grootvader of vader zou zijn van het bekende broederpaar Willem van
Teilingen en Dirk de Drossaat van Brederode. Aan dit broederpaar
valt bovendien ook nog een Simon van Teilingen toe te voegen die
eerder op de nieuwsgroep aangemerkt werd tot vader van heer Willem
van Benthem. Deze drie gebroeders van Teilingen zullen zo
respectievelijk rond 1210, 1215 en 1225 gehuwd zijn (eigen
schattingen). Gerard van Teilingen wordt verondersteld (zie o.a de
Keijzer) eveneens een broer te zijn geweest van voornoemd drietal.
Als jongere broer zou hij goed tussen gepast kunnen worden tussen
Dirk en Simon.

Waarom zouden we aan een overlijden van Gerard van Egmond in 1227
meer waarde moeten schenken dan aan een vermelding van een
overlijden in 1217. Bovendien mogen wij ons afvragen waarom Gerard
van Teilingen in 1223 als hij getuige is bij de schenking door
Willem I van Egmond ten behoeve van zijn overleden broer Wouter van
Egmond, dan ook niet als broer van de overledene en van de schenker
wordt aangemerkt!! Het ontbreken van enige verwantschapsaanduiding
ten opzichte van Willem I en Wouter doet eveneens afbreuk aan de
veronderstelling van Hoek, hoewel deze aannemelijk maakt dat Gerard
van Teilingen en de andere getuigen burggraaf Jacob van Leiden,
diens broer Dirk Bokel en Gelekijn van Rijswijk tot een groep naaste
verwanten van de Van Egmonds behoren.

Abt Lubbert van Egmond zal minimaal in 1215 zijn geboren en mogelijk
zelfs eerder, als een jongere zoon met wellicht drie oudere broers
Wouter, Arnold en Nicolaas. Aangezien we eerder het huwelijk van
Willem I van Egmond op ca. 1200 plaatsten zal diens broer Gerard van
Egmond naar schatting zo tussen 1205 en 1210 zijn gehuwd.

Literatuur:
W.A. Beelaerts van Blokland, `De afkomst van het geslacht van
Egmond
van Merenstein', in: De Nederlandsche Leeuw, jaargang XXXII
(1914),
kolom 354-362.
P. Beelaerts van Blokland, `De oudere generaties van het geslacht
der Heeren van Egmond', in: De Nederlandsche Leeuw, jaargang LVI
(1938), kolom 24-30, 60-44.
A.W.E. Dek, `Genealogie der Heren en Graven van Egmond',
's-
Gravenhage 1958.
J.W. Groesbeek, `Middeleeuwse kastelen van Noord-Holland, hun
bewoners en bewogen geschiedenis',  Haarlem 1981, blz. 141-145,
189-
201, e.a.
C. Hoek, `De oudste heren van Rhoon', in: De Nederlandsche
Leeuw,
jaargang LXXVI (1969), kolom 253-254.
B. de Keijzer, 'Stamreeks van der Duyn (Verduyn) (Zevenhuizen)', in:
Hollandse Stam- en Naamreeksen, Rotterdam 1988, blz. 87-106.
G.J.J. van Wimersma Greidanus, `Kwartieren Greidanus-Jaeger in
Stamreeksen', in: Werken uitgegeven door het Koninklijk
Nederlandsch
Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, deel XII (1994), reeksen
511 Van Heemskerk; 504 Van Egmond; 348 Van Vianen; 347 Van Heenvliet.

 

 

Stichting Historisch Egmond

Hans Vogels