Startpagina

1 omhoog

Oude prenten

Foto's

Plattegrond

Auteursrechten

 

 

 

De ruïne Hillegersbergh

 


Foto Kastelenteam

De bouwval van het 13de-eeuwse slot te Hillegersberg ligt op het kerkhof bij de hervormde kerk te Hillegersberg, ten noordoosten van Rotterdam. De in 1969 en 1970 geconsolideerde overblijfselen bestaan uit de opgaande muren van de begane grond met sporen van twee tongewelven en muurwerk van een zware vierkante bakstenen toren.

Het Huys ten Berghe werd voor 1269 in leen gehouden door heer Vranke Stoep van Hildegardsberghe. In 1343 was het in het bezit van Kerstant van den Berghe, een broer van Dirk van Mathenesse. Toen Kerstants zoon Jan kinderloos overleed, kwam het kasteel aan het geslacht Mathenesse. In de 15de eeuw werd het slot tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, als zovele andere, verwoest. Jacoba van Beieren, die in de zomer van 1425 uit Gent was ontvlucht, waar zij gevangen was gezet door Philips van Bourgondië, stelde zich in dat jaar aan het hoofd van de Hoeken. Militair steunde zij op de driehoek van vestingen Gouda-Schoonhoven-Oudewater en in 1426 werd haar positie versterkt door een boerenopstand die geleid werd door de Hoekse edelen Willem van Brederode en Willem Nagel. Een bende Kennemers onder leiding van Nagel vernielde de bezittingen van Kabeljauwen in Schieland. Zij bestormden ook het slot te Hillegersberg en verwoestten het. Ook de kerk werd in brand gestoken. De kerktoren bleef echter grotendeels gespaard en de rest werd herbouwd, waarschijnlijk met stenen van de kasteelruïne. In de laatste periode van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, tijdens de Jonker Fransen Oorlog, werd het slot te Hillegersberg nog even vermeld. Op 13 februari 1489 verschansten 700 Hoeken zich in en om de kasteel-ruïne en de kerk. De bouwval van het kasteel wordt dan pas weer in 1832 genoemd. Het begraven in kerken werd toen verboden en een aantal vooraanstaande Rotterdamse families verzocht de ruimte binnen de ruïne te mogen gebruiken voor het maken van grafkelders. Er werden veertien kelders gemetseld, elk met een ruimte voor zeven of veertien kisten. Ook buiten de ruïne werden daarna graven aangelegd voor leden van adellijke en welgestelde, meest Rotterdamse geslachten.

De 17de-eeuwse geschiedschrijver Jacob Loys beschrijft het slot te Hillegersberg o.m. als volgt: ‘Het slot van den Bergh is een out ende groot gebouw, men noemt het nu het Reusenhuys; het is gelegen een kleine myle noortoost van de stad Rotterdam. Het was al gebout eer datter sware dycken om lant syn geweest ende van wie dat getimmert is, kan men door de outheyt niet wel weten. Het was seer groot van mueren en tooren ende met een capel ofte kercke daaraen gelegen op eenen hooghen bergh ofte heuvel, maer is nu geheel vervallen. De lantluyden die pleegen op deese hooghte haer selven te salveeren als het Slot te Hillegersberg,

De opgaande muren van de beganegrondverdieping van het huis en het hogere muurwerk van de vierkante toren. Maeswater by wintertyden over het lant vloeyde. Dit schoone slot is verbrant en verwoest ten tyde van vrouwe Jacoba in den jaere 1426 van capiteyn Willem Nagel met syn rovers ende quaet volck.’

De ruïne ligt op een heuveltje dat vermoedelijk plaatselijk nog is opgehoogd. Het zand verkreeg men bij het graven van een ringvormige, nu verdwenen, gracht die 10 m breed geweest moet zijn en 1 I/z tot 2 m diep. De verzakte grafkelders aan de oost- en zuidzijde van de toren geven nog duidelijk de plaats aan waar deze gracht gelopen moet hebben. De aanwezigheid van de heuvel temidden van drassige gronden heeft geleid tot het ontstaan van een legende. De reuzin Hillegonde wilde op de plaats van het huidige kasteel een huis bouwen. Omdat ze de moerassige bodem niet vertrouwde, nam zij duinzand mee in haar schortje en stortte dat op de uitgezochte plaats. Vervolgens bouwde zij het kasteel, waardoor dit in de volksmond ‘het Reuzenhuis’ heette. Zij is nog te zien op het wapen van de gemeente Hillegersberg. De opgaande muren van de begane grondverdieping van het huis staan nog bijna tot de volle hoogte overeind. In de westmuur zijn de sporen zichtbaar van twee naast elkaar gelegen tongewelven die gerust hebben op een tussenmuur. Deze verdeelde de ruimte in twee ongelijke delen. De ene ruimte kreeg licht door twee, de andere door één lichtsleuf; lampnissen ontbreken geheel. De beide vertrekken zullen dan ook niet voor bewoning gediend hebben. De toren heeft een uitwendige omtrek van 10 x 10 m en muren van 1,35 m dikte. De tegenwoordige toegang in de noordgevel is in het midden van de 19de eeuw aangebracht bij het maken van de grafkelders. Een dichtgemetselde oudere ingang bevindt zich in de noordhoek van de westmuur, maar ook deze is later aangebracht op de plaats van een smalle nis. Daar het metselwerk verder nergens sporen van een toegang vertoont, mag men aannemen dat de begane grondverdieping slechts toegankelijk was via de verdieping erboven, mogelijk langs de gemetselde spiltrap waarvan een deel nog in de noordhoek aanwezig is. De oostelijke helft van de noordmuur is tot aan de onderkant van de tweede verdieping bewaard gebleven. In dit brok muur is op de eerste verdieping een lampnisje zichtbaar. Een muuranker geeft de plaats aan van de vloer tussen de eerste en tweede verdieping.

 

Bronvermelding

- Huis te Hillegersbergh; C. Hoek, blz. 125 - 144. ,

- Rotterdamsjaarboek; C. Hoek, blz. 234 - 244.

- Drs. Zondergeld-Hamer.

- Kastelengids van Nederland; Kransberg en Mills, blz. 152 -153.

AFBEELDINGEN

- 1671 J. Loys.

- P. Alles dia’s 1986.

 

 

© Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden