Startpagina

1 omhoog

Foto 1

Foto 2

Plattegrond

Auteursrechten

 

 

 

Kasteel Woerden 

 


Foto Kastelenteam

Het Kasteel van Woerden ligt aan de oostzijde van de stad bij de doorgaande weg Bodegraven-Utrecht. 
Het is een vierkant bouwwerk uit ca. 1410 met ronde hoektorens. In de loop der tijden zijn de gebouwen 
verlaagd en allerlei bouwwerken werden op de binnenplaats en tegen de buitenzijden opgetrokken. 
De zuidoostelijke hoektoren is vervangen door een vierkante gevangenis. Het best bewaard is de voorzijde 
met het poortgebouw, geflankeerd door woonvleugels en de onderbouw van de hoektorens.
Van 1131 tot 1296 worden zes Herman van Woerdens vermeld, 
behorende tot een geslacht van ministerialen,
benoemd door de bisschoppen van Utrecht voor belangrijke taken als het beheer 
van de domeinen en de verdediging van burchten. In 1159 had er een opstand van 
ministerialen tegen bisschop Godfried van Rhenen plaats.  
De bisschop kreeg hulp van graaf Floris 111 van Holland. Deze kwam met ‘ruw en 
onoverwinnelijk’ Zeeuws scheepsvolk en soldaten naar het fort Woerden, toen 
Castrum Vurthen geheten. Hij versterkte het en verwoestte het gehele gebied 
eromheen door plundering en brandstichting. Vooral na 1278 had graaf Floris V, 

na conflicten met Herman van Woerden en de heren Van Amstel, het Nedersticht volkomen in bedwang. 
Tien jaar later verzoende Herman zich met de graaf. In het vredesverdrag werd .
verklaard dat Herman de uitgebreide Woerdense bezittingen terugkreeg als leen van Holland. 
Er stonden bovendien nog twee opmerkelijke bepalingen in. De eerste was dat Herman van Woerden het door Floris V
gebouwde steenhuis te Woerden van hem moest kopen en het dan aan de graaf in leen opdragen als
ledig huis. Dit betekende dat de graaf er te allen tijde over kon beschikken. De tweede bepaling was dat
Herman te Woerden een ‘starke borch ende ene veste zou maken, die hij dan van de graaf in erfleen zou
houden, eveneens als open huis. Zo maakte Floris V zich sterk tegen de bisschop van Utrecht. Er is hier dus
sprake van liefst twee nieuwe kastelen te Woerden, waarvan het tweede nog gebouwd moest worden. De
enige keer dat voordien over een sterkte te Woerden werd gesproken, was bij de versterking van het
Castrum Vurthen. Of de Van Woerdens daar sinds die tijd woonden is niet bekend, evenmin als de plaats
waar het gestaan heeft. Een even groot vraagteken is het door Floris gebouwde steenhuis. Een theorie is dat
dit binnen de oude burcht van 1159 gebouwd is en, volgens een 14de eeuwse stadzegel, sterk op de
Ridderzaal in ‘s Gravenhage leek. Zeker is dat dit huis niet op de plaats van het tegenwoordige kasteel stond,
stond, maar vrijwel zeker midden in de stad, en dat het pas in 1418 of 1419 door Jan van Beieren werd afgebroken.
Over het tweede kasteel, dat Herman van Woerden moest bouwen, is helemaal niets bekend, mogelijk 
heeft Floris van deze grensvesting afgezien. 
In 1296 behoorde Herman van Woerden tot de edelen die betrokken waren bij de moord op Floris V. 
Hij vluchtte daarna naar het buitenland en moest de rest van zijn leven in ballingschap doorbrengen. Pas in het
begin van de 15de eeuw is er sprake van een nieuw kasteel te Woerden. Na de dood van Albrecht van
Beieren in 1404 werd zijn zoon, Willem van Oostervant, graaf van Holland. Een jongere zoon, Jan van Beieren,
erfde Voorne, Woerden en het Gooi als leen van zijn broer. Hertog Jan zal omstreeks 1410 een nieuw
kasteel hebben laten bouwen. Hij verbleef zelf bijna. voortdurend in Luik en op het kasteel te Woerden
woonde rentmeester Hendrik Hermansz en enkele van
Jans bastaardkinderen. Sindsdien werd de burcht steeds beheerd door een baljuw die het huis veelal als
ambtswoning gebruikte. Tijdens de Jonker Fransen-oorlog viel het vrijwel niet bewaakte kasteel geheel
onverwachts in Hoekse handen, maar in 1490, vijf jaar later, moesten ze het weer opgeven. 
Tijdens de tachtigjarige oorlog sloot Woerden zich in 1572 aan bij de prins en kreeg het kasteel opnieuw 
de functie van grensversterking tegen het Sticht, dat nog trouw bleef aan de Spaanse koning. 
Drie jaar later trokken de Spaanse troepen op naar Woerden. Het beleg werd echter in 1575 opgebroken 
omdat de Spaanse troepen in Vlaanderen en Brabant aan het muiten waren geslagen. 
Voor de stad Woerden brak er hierna een tijd van voorspoed aan, tot de komst van de Franse troepen in
1672. De vestingwerken waren toen verwaarloosd en de bewapening was onvoldoende: ‘De stede was met
oude aarde wallen, zonder borstweringe ofte palisaden omringt, hadde drie bolwercken ende een oudt
casteel, was niet gefortificieert, zoo dat alle pogingen van de inwoonders ijdel ende te vergeefs tot weeringe
van de minste vijandt waren.. . ’ 
Op 24 juni werd Woerden door de Fransen bezet, na drie weken weer plotseling verlaten en op 18 september 
opnieuw bezet onder commando van de graaf de la Mare, die zijn intrek nam op het kasteel. Pas op 7 november 1678
vertrokken de Fransen voorgoed uit Woerden. In 1787 zetelde de Commissie van Defensie op het kasteel, in
1799 was het militair hospitaal, en in 1824 werd het overgedragen aan het ministerie van defensie. Het
dient nu als magazijn van militaire kleding en uitrutting.

Het tegenwoordige kasteel is in ca. 1410 door hertog Jan van Beieren gebouwd. De rekeningen van rentmeester
Herman Hermansz zijn vanaf 1 mei 1415 bewaard gebleven. In dat jaar werd afgerekend met
Wolfert van den Oosterlande, van wiens land de benodigde steenaarde was afgegraven. Verder werd er
gewerkt aan de daken, die gedeeltelijk met riet en gedeeltelijk met zoden werden gedekt. De aanplant om
het kasteel werd verzorgd: behalve een aantal kersen pruimebomen waren dat 1000 wilgen, 600 essen en
55 eiken. Tijdens de strijd tussen Jan van Beieren en zijn nicht Jacoba liep het kasteel enige schade op.
Voor het herstel werden uit Leiden 25000 stenen aangevoerd, die in 48 dagen door de metselaar werden
verwerkt. De bewapening werd uitgebreid met ‘bossen ende proppen’ (kanonnen en stenen kogels). Het op
vierkante grondslag gebouwde kasteel had ronde torens op de hoeken die in verband met het vuurgeschut,
evenals de weermuren, laag waren gehouden. De muurdikte van de torens bedraagt 3,50 m. Gangen
in de weermuren verbonden de torens. Een breed terrein daarboven was bestemd voor het opstellen van
vuurmonden. In 1576 staat het kasteel afgebeeld met zijn vier hoektorens en spitse leien daken. Prenten uit
de 17de eeuw tonen echter dat deze daken toen. De voorzijde van het kasteel van Woerden met poortgebouw,
en de onderbouw van een hoektoren.verdwenen waren. De torens zijn nu afgeknot, de slotkerk
is, na zelfs nog als washok gebruikt te zijn, in 1822 afgebroken. Ook de tweede wereldoorlog heeft het
slot geen goed gedaan. IJzeren deuren en ketenen uit de gewelven verdwenen, gangen werden volgestort
met puin. Vroeger kon men onder de grond het kasteel rondlopen, nu is alleen de gang onder de voorkant van
het gebouw nog aanwezig. Een vluchtgang, die naar men zegt naar het Huis te Linschoten voert, is slechts
voor een klein deel intact. De toren aan de zijde van de katholieke kerk heet de Kercketoren, niet naar deze
kerk van 1890, maar naar de verdwenen slotkapel die op het buitenhof in de hoek bij de toren stond. Onder
deze toren in de keldergewelven bevindt zich een gevangenis. Links van deze toren, aan de zijde van de
Oostdam, staat de Gouden Toren, waaronder zich eveneens een gevangenis bevindt. In het midden stond
hier een paal waaraan gevangen gebonden waren die tot ‘de drup’ waren veroordeeld. Hiertegenover zijn in
de muur zeven nissen, vroeger voorzien van ijzeren ketenen. De toren daarachter, aan de Singelzijde, heet
de Grote Toren, eertijds ook wel Swijght (zwicht) Utrecht genoemd. De laatste toren is de Molkentoren.
De torens hebben een middellijn van rond de 12 m. Op de begane grond loopt van toren tot toren een ruim 7 m
brede gang, de voye. De gangen ondergronds zijn 3 m breed en hoog. De vier torens sluiten een vierkant in
waarvan de zijden buitenwerks 50 x 50 m en op het binnenplein 34 x 34 m zijn. De muren van de voorgevel
zijn in het midden en aan de oostzijde 3,25 m dik. Aan de westzijde is de voorgevel 2,70 m dik, de daarachter
staande muur 2,50 m. Karel II, de koning van Engeland, heeft het kasteel eens bezocht en aan hem herinnert
het koningsvertrekje boven de poort.

Bronvermelding

- Heemtijden jaargang 12 nr 2, blz. 17 - 23.

- Middeleeuwse kastelen van Nederland; P. E. van Reijen, blz. 32 -33-91.

- Kastelengids van Nederland; Kransberg en Mills, blz. 167 - 168.

AFBEELDINGEN

- 1 tekening, onbekend.

- P. Alles, dia’s 1986, tijdens restauratie.

 

 

© Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden