Startpagina

1 omhoog

Oude prenten

Foto's

Plattegrond

Auteursrechten

 

 

 

Ter Woude

 

HUIS TE WOUDE - Ridderkerk Van Slikkerveer via Ridderkerk naar Hendrik Ido Ambacht loopt een dijk, de Ringdijk.

Bij een bocht van deze dijk, even buiten Ridderkerk tegenover de Juliana van Stolberglaan, liggen de restanten van het middeleeuwse Huis te Woude. Ze bestaan uit de in 1969 geconserveerde funderingen, een klein deel van het opgaande muurwerk en een gedeeltelijk herstelde gracht.De in 1968 blootgelegde en daarna geconsolideerde restanten van het Huis te Woude uit ca. 1370. Het Huis te Woude dankt zijn naam aan het geslacht Van den Woude uit Delfland dat sedert 1281 wordt vermeld. Zij bouwden hun kasteel op een stuk grafelijk domein dat de familie Van den Woude voor een gedeelte rechtstreeks van de graaf in leen hield, en gedeeltelijk van de heren van Bloys, die tot een jongere tak van de grafelijke familie behoorden. Met de bouw van het huis moet omstreeks 1370 begonnen zijn. Het werd waarschijnlijk verlaten tijdens de Valentijnsvloed van 1372 die onder meer de Riederwaard overstroomde. Nadat echter in 1404 het oostelijk deel van de Riederwaard opnieuw was bedijkt en de polder Oud-Reyerwaard was ontstaan, werd in ca. 1418 begonnen met een herstel van de schade. Het tot de waterlijn aangetaste muurwerk werd daarbij met kleinere stenen gerepareerd en de muren werden verder opgetrokken. Sinds het einde van de 14de eeuw was Te Woude intussen door vererving overgegaan op het geslacht Van Mijnden. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd het opgaande werk van de muren in de grachten omgetrokken. In 1421 werd de rune bovendien nog door de St. Elisabethsvloed bedekt met een kleilaag, die de restanten voor eeuwen aan het oog onttrokken. Bij de indijking van de polder Nieuw-Reijerwaard in 1441 kwam bovendien nog de dijk over het kasteelterrein te liggen en een verhoging naderhand deed een kwart van het oppervlak, de noordgevel met de ingang, onder de dijk verdwenen.
De restanten van het Huis te Woude werden in 1968 onder leiding van C. Hoek blootgelegd. Doordat de omgetrokken muren nog in de gracht lagen, kon men een goed beeld van het kasteel krijgen. Het gebruiks-aardewerk in de grachten, dat eerst door een kleilaag en daarna door muurresten werd bedekt, dateert uit omstreeks 1370. Het betreft hier rode en blauwgrijze kannen, voorraadpotten en koekepannen. De gevonden funderingen werden geconserveerd, waarbij gebruik werd gemaakt van bakstenen die in de gracht gevonden werden, en een hoek van het opgaande muurwerk werd weer overeind gezet. Het kasteel was rechthoekig, met afmetingen van 15,10 x 19,60 m buitenwerks. Binnen de muren was het maaiveld circa 1 m opgehoogd met uit de gracht afkomstige grond. Op het opgehoogde maaiveld was in de lengterichting een scheidingsmuur gefundeerd. In het midden van de zuidzijde bevond zich een 4 m diepe waterput. Uit deze put kwamen aardewerkvondsten, een benen schaats en een peddel van een boot te voorschijn. In de westelijke vleugel voerde een trapje naar een 2 m breed keldertje langs de zuidmuur. De zoldering hiervan was, gezien de uitsparingen in de nog aanwezige resten omgetrokken muurwerk in de zuidelijke gracht, een houten vloer op een balklaag. Uit bestudering van de muur bleek ook dat deze beganegrondverdieping niet bewoond werd. Er ontbrak hier een gemak en het daglicht kwam slechts binnen door om de 2 m aangebrachte schietgaten en lichtsleuven. In de zuidoost-hoek bestond zich een beerput, waaruit o.a. een bronzen kandelaar en een tinnen bordje te voorschijn kwamen. Het gemak op de eerste verdieping was op deze beerput aangesloten. Deze verdieping werd wel bewoond. In de oostgevel bevond zich een bakstenen schouw, met aan de ene zijde een groot raam en aan de apdere een schietgat. Het gemak in de dikte van de muur bevond zich in de hoek aan de andere kant. Men constateerde dat het in de bedoeling had .gelegen om ook op de tweede verdieping een gemak aan te leggen. De afvoer hiervan bevond zich naast die van de eerste verdieping. Dit gemak ontving licht door twee kleine lichtopeningen in de buitenmuur. Gebruikt is het echter nooit.

Bronvermelding

- Archeologisch reisboek, blz. 236 - 238.

- Kastelengids van Nederland; Kransberg en Mills, blz 1 6 9 - 170.

- Het grijze verleden, blz. 7 23. --

De Tijd, 17 mei 1968. & 14 augustius 1970.

- Het Zuiden;

* 28 augustus 1969.

* 17 oktober 1968

  7 januari 1982

- Rotterdams nieuwsblad 19 juni 1969.

AFBEELDINGEN

- Opgravings plattegrond.

- P. Alles dias 1986.

- Tekening doorsnede kopgewelf.

 

 

Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden