Startpagina

1 omhoog

Oude prenten

Foto's

Plattegrond

Auteursrechten

Email kontakt

 

 

Kasteel Schagen

Een toren van het Huys te Schagen 1987

 

Het valt niet mee om behalve drie wettige zoons, en ook nog drie onwettige zoons een positie in de maatschappij te verschaffen. Een voordeel voor onwettige kinderen was dat zij gesproten waren uit een verbintenis met een vrouw, waarmee de vader een nauwere band had dan met zijn wettige echtgenote. Zo ging het met hertog Albrecht, deze liet voor zover bekend drie wettige zoons na en drie bastaarden. Een van deze wettige zoons (hertog Willem VI) had op zijn beurt slechts één wettig kind: een dochter (gravin Jacoba) en 7 onwettige zoons. Willem, de eerste heer van Schagen was een bastaardzoon van hertog Albrecht. De moeder van Willem was Maria van Bronkhorst. Hij trachtte in zijn onderhoud te voorzien o.a. door het pachten van visserijen, sluizen en tienden.

Op 4 Maart 1430 doet gravin Jacoba van Beijeren ons weten dat ‘onse lieve beminde broeder van Bourgondië aan haar oom, Willem de bastaard van Holland, voor zijn leven gegeven had de heerlijkheid van Schagen (hoog en laag) op 29 Juni 1427, maar dat zij (Jacoba) dat genot voor het leven heeft omgezet in een onversterfelijk erfleen. Waarschijnlijk gebeurde dit ter gelegenheid van Willem’s huwelijk met Johanna van Hodenpijl (l430). Wat niet zo vaak gebeurde met onwettige kinderen, had plaats ten aanzien van Willem, de eerste heer van Schagen: hij werd door de keizer, door hertog Philips en zelfs door de paus gewettigd. Een veelbelovend man dus, die tot hoge functies geroepen werd: ‘Raad’ in de Grafelijke Raad van Holland, Admiraal van Holland en opperkamerheer van hertog Philips. Het kasteel Schagen werd door hem (Willem) in 1440 gebouwd. In feite is het dus vrij laat ontstaan. I Ondanks al zijn bezigheden maakte hij tweemaal een reis naar het Heilige Land, als teken waarvan hij twee marmeren zuilen meebracht, die gemetseld werden in de schouw van de grote zaal in het kasteel te Schagen. Hij stierf in 1473 en werd onder een prachtige graftombe in de kerk te Schagen begraven, die bij een brand in 1895 totaal vernield werd.

In het bezit van heerlijkheid en kasteel werd hij opgevolgd door zijn zoon Albrecht, genoemd naar zijn grootvader hertog Albrecht (1473). Deze genoot de twiljfelachtige eer in zijn eigen kasteel belegerd te worden.
De aanleiding hiervoor was dat hij geweigerd had zijn eigen broers hun erfdeel uit te betalen. Zelfs een vonnis van het Hof van Holland werd door hem genegeerd. Onder aanvoering van Philips van Wassenaar trok een leger naar Albrecht’s kasteel. Zonder slag of stoot viel dit in handen van de belegeraars. Albrecht werd gevangen gezet in de Gevangenpoort te ‘s Gravenhage, en daarna in het kasteel van Medemblik. Daar stierf hij in 1480.

Uit zijn eerste huwelijk met Adriana van Nijenrode, liet hij maar één dochter na. Josina van Schagen. Zij werd op 13 November 1480 beleend met de heerlijkheden van Schagen etc. Twee maal is zij getrouwd geweest maar ook haar laatste echtgenoot is vóór haar overleden.
Zij heeft toen Schagen overgedragen aan haar neef Jan van Schagen (1542) een jaar vóór haar dood (1543), maar zij overleefde toch nog haar neef Jan, want die stierf spoedig na zijn belening in 1542. Daarna vinden we Jan’s zoon Willem van Beijeren van Schagen als heer van Schagen, maar hij genoot niet zo heel lang van het bezit van zijn kasteel, want hij stierf daar op 21 Dec. 1548. Zijn zoon Johan heer van Schagen hield, evenals zijn vader de Spaanse zijde, en nam deel aan de zeeslag op de Zuiderzee. Zoals wij weten werd de Spaanse vloot toen onder leiding van de graaf van Bossu verslagen (1573). Zijn slot werd door Diederik Sonoij, de gouverneur van Noord-Holland voor de prins van Oranje bezet gehouden. Later koos Johan van Schagen partij voor Oranje en bracht het toen tot ‘Gecommitteerde der Staten Generaal’. Op 74 jarige leeftijd stierf hij in Den Haag op 18 Febr. 1618. 

Op 10 Febr. 1572 werd op het slotplein te Schagen de beruchte hopman Michiel Krock op bevel van Sonoy onthoofd. Overbekend is het lot dat gevangenen trof, die verdacht werden met de vijand geheuld te hebben en daarom in het slot te Schagen gevangen gezet, op gruwelijke wijze gemarteld en sommigen van hen gedood werden.
De prins benoemde een commissie van onderzoek, die de zaak voorlegde aan het Hof van Holland. De nog in leven zijnde beklaagden werden vervolgens vrijgesproken. Albrecht van Schagen, die zijn vader in 1618 als heer van Schagen opvolgde, liet deze heerlijkheid na aan zijn oudste zoon Willem van Beijeren van Schagen (1638). Deze was de laatste van zijn familie die Schagen bezat. Hij was de R.K. godsdienst toegedaan en trachtte een (tweede) plaats van bijeenkomst voor hen te Schagen op te richten, een schuilkerk. Dit werd door Vondel bezongen in een lofdicht te zijner ere, dat aldus aanvangt: ‘Dies loven wij met recht den wackren heer van Schagen’. Intussen had hij zich zo met schulden belast, dat zijn heerlijkheid Schagen op 14 februari 1658 in Den Haag verkocht werd, voor de kapitale som van f 263.000. Heer Willem overleefde die dag niet lang. In September 1660 overleed hij in Den Haag en werd daar begraven. De nieuwe eigenaar was George van Cats, die ook ter Coulster onder Heiloo bezat. Tengevolge van zijn huwelijk met Justina van Nassau viel hem de eer te beurt prins Willem 111 met zijn luisterrijk gevolg in zijn kasteel te mogen ontvangen (1666). Tijdens zijn verblijf te Schagen liet hij het kasteel niet bepaald verfraaien, o.a. werden de stenen poorten afgebroken en door houten vervangen. Achttien jaar na de aankoop werd de heerlijkheid met het slot weer in ‘t openbaar geveild, nu te Schagen (11 Juli 1675), ten gevolge van insolventie van George van Cats. Het hoogste bod werd gedaan door Pieter Cornelisz. Gortmolen: f 57.000! De koop voor die prijs ging echter niet door en alles werd opnieuw geveild op 24 Januari 1676, thans in Den Haag! Voor f 170.000 werd een afstammeling van de eerste heren van Schagen de nieuwe eigenaar namelijk: Floris Carel van Beijeren graaf van Warfusé. Zijn zoon en opvolger Dirk Thomas sneuvelde echter op 23 mei 1706 te Ramillies, door een kanonskogel werden hem beide benen afgschoten, tengevolge waarvan hij de volgende dag stierf. Zijn zuster Maria Isabella trouwde in 1703 met Jan Frans Paul Emil, comte d’outremont et Han sur Lesse, die nu ook de heerlijkheid Schagen met het kasteel in zijn bezit kreeg (1706). Het echtpaar bewoonde het niet, maar verbleef in België, waardoor het slot te Schagen verwaarloosd werd. Bij de inval van de Engelsen en Russen in 1799 nam een deel van hun troepen in het kasteel zijn intrek. Het werd totaal geruïneerd. De marmeren zuilen uit de schouw werden echter gered, en naar Brussel overgebracht. Zij waren afkomstig ‘van Afrika, bij Tunis, uit de Puinhoopen van het Aloude Carthago’ en ‘zijn (hoewel ze veel honderde van jaren oud zijn, dat te verwonderen is) nog zoo glat en zoo vol glans, dat men er (om zoo te spreeken) hem bijkans daarin zoude konnen spiegelen, het is het oudste en vermaarste antiquiteit, dat ik in het Noord Holland aanwijzen en toonen kan’. Na het slopen van het kasteel zijn de (vierkante) zuilen eerst bewaard in het koor van de kerk te Schagen. De graaf van Merode heeft ze in 1821 opgeëist, waarna deze zuilen ook naar Brussel gezonden zijn. Een stuk marmer was echter in Schagen achtergebleven. De schoorsteenmantel was namelijk door de Engelsen bij hun inval in Noord-Holland kapot geslagen (1799). Het bedoelde stuk werd verkregen door iemand die tekende met de initialen T.B. Waar dit gebleven is, is niet bekend. Ook het prachtige archief werd naar België weggevoerd. Toen de eigenaars geen prijs meer stelden op het bezit ervan, werd het geveild. Het Rijksarchief in Noord-Holland te Haarlem kocht het aan en bracht het weer naar Nederland terug. Het kasteel te Schagen werd afgebroken, alleen de beide ronde hoektorens bleven staan. Een ervan werd als gevangenis in gebruik genomen, de andere diende tot woning voor de veldwachtercipier. Op het terrein van het slot zelf werd een kerkhofaangelegd en op het voorplein een kolfbaan. Het slot te Schagen is verschillende malen afgebeeld, doch zoals gewoonlijk kunnen die afbeeldingen niet bogen op een al te grote nauwkeurigheid. Een bekende kastelentekenaar beeldde een van de torens af als vierkant van vorm, terwijl wij nu nog kunnen zien dat deze in werkelijkheid rond was. De beide torens kunt U nu nog bezoeken, zij staan ten zuiden van de Hervormde kerk in de Torenstraat te Schagen.

Bronvermelding

   - Boekje Stichting Vrienden van het oude slot.
           - Kastelengids van Nederland: Kransberg & Mills, blz.
           - Krantenartikel    20 juni 1984
           - Schager courant   20 jan. 1977
                                1 febr 1977
                                8 okt. 1977
                               26 jan. 1978
                                2 febr 1978
                               25 jan. 1982
                               22 sept 1982
                                8 jan. 1983
                                5 nov. 1983
           - Schagerweekblad      12 jan. 1983
           - Archeologische markt 10 jan. 1987
           - A.W. N. blad Westerheem, 5-1985, blz. 198 - 218, F. Diederik,
             bevat literatuur opgave.
           - A.W.N. blad Westerheem 1986, 4-1985, blz. 196
           - Schager courant i.z. overlijden heer Sjerps. 9 en 10 febr. 87.
           - H.K.T. blad 2e jaargang nummer 1 1987.
           - H.K.T. blad 1e jaargang nummer 1 1986.

                               AFBEELDINGEN

           - Verschillende afbeeldingen.
           - P. Alles dia's 1986.
 

 

© Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden