Startpagina

1 omhoog

Oude prenten

Foto's 1

Foto's 2

Plattegrond

Auteursrechten

Email kontakt

 

 

Huys te  Egmond

 

 

Situering en omvang van de rune.

Aan de noordkant van het dorp Egrnond ligt naast de kerk de rune van het kasteel Egmond, dat ook het 'Slot op den Hoef' wordt genoemd. Het gebouw bestond oorspronkelijk uit een omgrachte, vierkante hoofdburcht en een omgrachte, rechthoekige voorburcht met een zwaar poortgebouw.
Van dit complex is alleen een fragment van de vierkante 'Rentmeestertoren' die deel uitmaakte van de voorburcht, gespaard gebleven.

Verval.

Het kasteel is in 1573 in brand gestoken, waarna het nog ten dele bewoonbaar was. In 1798 werd het slot verkocht voor de sloop, met uitzondering van de Rentrneestertoren. Ruim derdtig jaar later viel ook deze toren, op het fragment na dat er nu nog staat, onder de slopershamer.

luchtfoto google earth

Geschiedenis van het gebouw

De geschiedenis van het kasteel is nauw verbonden met die van de abdij van Egrnond, maar de verhouding tussen beiden was vijandig. Berwout van Egmond werd in 1129 aangesteld als rentmeester van de abdij van Eginond en als plaatsvervanger van de Graaf van Holland. Hij bewoonde een hoeve in de buurt van de abdij, maar al spoedig na zijn aanstelling kon hij de hoeve vervangen door een versterkte woning. Vanaf dat ogenblik hebben de overste van het klooster en de heer van Egmond gestreden om de onafhankelijkheid en de macht. Na de verwoesting van het versterkte huis in 1203 in de Loonse oorlog, die werd gevoerd om de opvolging van graaf Dirk VII, bouwde Wouter van Egmond een nieuwe, stenen ringburcht met een middenlijn van circa 27 meter. Aan de zuidzijde stond een zware toren. De schildrnuur had een weergang op pijlers. De ringburcht, die tot aan het eind van de vijftiende eeuw heeft bestaan, deed vooral dienst als vluchtburcht. De woon- gebouwen stonden op een ruime vierkante, met een palissade omgeven voorhof.
Rond 1285 moet Willem van Egrnond met de bouw van een nieuwe burcht zijn begonnen ter vervanging van de oude ringburcht. "midden op de bestaande voorhof bouwde hij een donjon. Daarbij trok men aan de oost- en zuidkant schildmuren op, zodat ongeveer een kwart van de voorhof aan de zuidoostzijde van de rest van het vroegere voorhofterrein werd afgescheiden. Tegelijkertijd liet hij op de westelijke helft van de voorhof een rechthoekige voorburcht bouwen met twee torens aan de westzijde. Tussen de beide torens in lag een woonvleugel. Nadat deze burcht in 1321 door de Friezen was verwoest, bouwde jan 1 van Egmond haar weer op. Omstreeks 1400 liet heer Arent van Egmond een kanaal naar Alkmaar graven, zodat het kasteel per schip bereikbaar was. Het noord- oostelijke deel van de voorhof werd afgegraven teneinde daar een haven aan te leggen. jan lll, de eerste graaf van Egmond en raadsheer van Maria van Bourgondi, liet in de vijftiende eeuw het kasteel vergroten, alsmede vernieuwen en verfraaien. De hoofdburcht kreeg onder meer een feestzaal aan,de oostzijde. De houten vaste bruggen werden vervangen door stenen, maar de houten valbruggen voor de voorpoort en voor de poort van de hoofdburcht bleven in gebruik. De binnengracht tussen de beide burchten heette voortaan de 'vijver', want hij werd aan de noord- en de zuidzijde afgesloten. De voorburcht kreeg een imposant poortgebouw met vier ronde torens op de hoeken.

In 1573 zijn zowel het kasteel als de abdij door de troepen van Dideriek Sonoy op last van Willem van Oranje in brand gestoken, om te voorkomen dat de Spanjaarden dit strategisch gelegen punt in handen kregen. Wegens schulden van de eigenaars kwamen de Staten van Holland in 1607 in het bezit van de rune, maar de Graven van Egrnond konden in de achttiende eeuw het kasteelterrein terugkopen. Jan van Egrnond van Nijenburg liet toen twee torens restaureren. Het bezit kwam daarna in handen van de familie Foreest en vervolgens in die van van Tinne.

In 1798 werd de rune aan slopers verkocht, met uitzondering van de Rentmeestertoren waarin de gemeenteklok hing. Toch werden in 1832 grote delen van de toren afgebroken om de stenen te kunnen verkopen en zo was zes jaar later het hele slot, op het nu nog bestaande fragment na, gesloopt. De fundamenten zijn daarna langzaam maar zeker onder het stuifzand verdwenen. Hoe de burcht in welstand er voor 1573 uitzag, kunnen wij zien op oude afbeeldingen, die overigens dateren van na de verwoesting. Samen met de plattegrond die bij de opgraving in 1933 te voorschijn kwam, geven zij een goed beeld van het kasteel.
De kolossale burcht bestond toen uit het 'Grote Slot' of hoofd- burcht en de voorburcht. Het 'Grote Slot' had aan drie zijden woonvleugels en aan de westzijde een schildmuur, die samen een binnenplaats omsloten. In de noordwesthoek stond de donjon, die aan de noordzijde iets uitstak in de slotgracht. In de hoek tussen de donjon.en het woongedeelte was een uitbouw waar negen secreten waren ondergebracht.

De oostelijke woonvleugel had aan de zuidkant ronde hoektorens. De rechthoekige voorburcht had aan de noordzijde een zwaar poortgebouw met hoektorens, aan de westzijde een zware in de gracht uitspringende vierkante toren - de Rentmeestertoren - en verder woonruimten. Ook de zuidvieugel bevatte een woongedeelte. Een schildmuur aan de oostzijde sloot de binnenplaats af.
Beide burchten waren omgracht en onderling verbonden door een stenen brug en een valbrug. De zuidmuren van beide burchten waren met elkaar verbonden en vormden samen n lange verdedigingsmuur met een waterpoort boven de gracht tussen de beide gebouwen in.
Vanuit drie ronde torens, de beide torens van de hoofdburcht en de toren op de zuidwesthoek kon men met vuurwapens de muur bestrijken. Een hek sloot de waterpoort af, zodat er een scheiding ontstond tussen de buiten- en de binnengracht, ook 'vijver'genoemd.
In 1229 werd door Willem l van Egmond de hofkapel gesticht, toegewijd aan de H. Catharina. Zij lag aan de west- zijde buiten de slotgracht, maar was door een valbrug met het kasteel verbonden.
Omstreeks 1400 liet Arent van Egrnond de kapel vergroten. Na een brand in 1430 moest deze worden hersteld. Omdat er toen aan de kapel een uit zes kanunniken bestaand kapittel werd verbonden, moest de koorpartij worden vergroot.
Na de verwoesting van 1573 werd de kerk, waarvan een gedeelte van het koor bewaard is gebleven, in 1633 herbouwd voor de Nederlandse hervormde gemeente.

 Archeologisch onderzoek.

In de jaren 1933-36 heeft men in het duingebied bij Egmond en Castricum dat in 1933 door de provincie Noord-holland verworven, de fundamenten van het kasteelcomplex opgegraven. Het lag als een klein eiland in een moeras van biezen en riet.

Nadat een stuk muurwerk was teruggevonden, is men systematisch de omtrek gaan blootleggen. Ook werd een aantal binnenmuren ontdekt. De burchten bleken geen kelders te hebben. Het hele terrein is toen weliswaar archeologisch onderzocht, maar de fundamenten zijn destijds bouwhistorisch onvoldoende geanalyseerd. Als gevolg van ingrijpende restauraties zijn veel gegevens verloren gegaan. De oudste bakstenen die werden aangetroffen waren kloostermoppen. Men vond veel natuurstenen versieringen zoals (delen van) lijsten, basementen, sluitstenen en beeldhouwwerk. Ook veel ijzeren en koperen wapens, aardewerk en gebruiks- voorwerpen zijn tevoorschijn gekomen tijdens het uitdiepen van de slotgrachten. Men ontdekte eveneens het brugge- hoofd van de brug die de verbinding , vormde tussen de voorburcht en de kapel. Een complete verrassing was de vondst van de oude ringburcht waarvan men het bestaan niet vermoedde. De volledige plattegrond kon van deze burcht worden blootgelegd. Ook dit terrein was door bruggen met dat van het kasteel en met het gebied buiten de slotgracht verbonden.

Restauratie

Vanwege hun historische betekenis wilde men de gevonden resten bewaren en in plattegrond zichtbaar maken voor publiek. Hiervoor zouden de fundamenten tot 0,30 0,40 meter boven het maaiveld moeten worden opgehoogd. Daar de ophogingswerkzaamheden niet direct uitgevoerd konden worden is het waterpeil op het terrein verhoogd, zodat de fundamenten volledig onder water kwamen te staan. Zo bleven zij voor onbepaalde tijd het beste beschermd. Een paar jaar later is men, nadat het water was weggepornpt, daadwerkelijk aan de consolidatie en het opmetselen begonnen. De muren kregen een kern van beton die aan de buitenzijden werd afgewerkt met ter plaatse gevonden stenen en met nieuwe handvormstenen. Er werden nieuwe loopbruggen aangelegd. Tijdens de werkzaamheden kwam men op het idee een gedeelte van het kasteel tot raadhuis van Egmond te herbouwen. Het plan waarvoor architect C.W. Poyaards een ontwerptekening maakte, ging door geldgebrek en vanwege protesten niet door. In 1969 was de toestand van het muurwerk inmiddels zo verslechterd, dat het voorzien moest worden van een betonkraag en een beschermlaag. Een afdekking met asfalt, zand en gebroken baksteen moest het inwateren tot een minimum beperken.

In 1988 ontstond een plan om het kasteel ruimtelijk te reconstrueren door middel van een op de fundamenten te plaatsen constructie van steigermateriaal. Tussen de ijzeren buizen kon eventueel zeildoek worden gespannen om de oorspronkelijke massa te visualiseren. In een nog recenter plan wil men de rune aantrekkelijker maken voor publiek en de toegang tot het terrein verbeteren. De Rentmeestertoren moet zover worden opgemetseld, dat hij als toegangspoort vanaf het kerkhof naar de rune kan dienen. In dit plan is ook de restauratie van de naast het complex gelegen Slothoeve opgenomen die daarna ingericht wordt als museum.

Omgeving

IIn 1976 wilde de gemeente Egmond rond de rune een park aanleggen. Dat plan is echter vanuit monumentenzorg-optiek afgeraden, omdat bij een parkaanlieg nu juist het vrije uitzicht op de rune aan de oostzijde zou worden belemmerd. Het runeterrein ligt binnen het wettelijk beschermde dorpsgezicht van Egmond aan den Hoef. Hieronder vallen de kern van het dorp met de Slotweg, de weg naar het Oude Veer en de Schoolstraat. Kernmerkend voor het stadsbeeld is het geboomte tussen de kerk en de rune, de bomenrijen langs de Slotweg en de vele open terreinen tussen de bebouwing, die voor agrarische doeleinden worden gebruikt. Het gebied ten noorden van de kerk en de rune moest een open terrein blijven, maar een randweg aan de oostkant van Egmond heeft de openheid van de ruimte in zekere mate toch verstoord. Beschrijving van de rune Het fragment van de-Rentrneestertoren is ongeveer zes meter hoog en drie meter breed. Van de rest van het kasteel zijn alleen de fundamenten bewaard gebleven die in de jaren dertig tot boven de waterspiegel zijn opgemetseld. Ook de teruggevonden grondslagen van de oudere ringburcht zijn opgehoogd en opengelegd. De slotgrachten om de ringburcht, de voor- en de hoofdburcht zijn,zover uitgediept, dat er weer water in kan staan. Door houten bruggetjes zijn de burchteilanden onderling en met het vasteland verbonden. Het terrein geeft een goed beeld van de plattegrond en de indeling van het kasteel.

 

Stichting Historisch Egmond

 

Bronvermelding

- Middeleeuwse kastelen van Noord Holland; Mr. J.W. Groesbeek, blz. 189 - 201.

- Atlas Nederlandse kastelen; A.I.J.M. Schellart.

- N.R.C. dagblad.

- Derper, Hoever, Binder, blz. 16 - 39.

- Merkwaardige kastelen van Nederland; Mr. van Lennep, blz. 21 -46.

- Kastelengids; Kransberg en Mills. blz.

- Middeleeuwse kastelen van Nederland P. E. van Reijen

- Map diverse onder Renaud

Foto's P. Alles

Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden