Startpagina

1 omhoog

Oude prenten

Foto's

Plattegrond

Auteursrechten

Email kontakt

 

Kasteel Brederode te Santpoort 


Copyright P. Alles, Hoofddorp

 

Kasteel Brederode
In ‘t frisch en helder najaarsuur,
Als purper wemelt om de duinen
En rozig goud langs de eikenkruinen -
Ga dan naar breêroôs grijzen muur
Drie eeuwen stormden op zijn kruin
En knaagden aan zijn ijzer puin -
De denkmaal eedler voorgeslachten
Verschoot van glans, verviel van krachten;
Zijn kroon viel ac zijn vorm verdween;
Daar bleef slechts schaduw van ‘t voorheen.




Met deze regels vangen Van Lennep en Hofdijk hun geschiedenis van het kasteel Brederode aan. Het gedicht illustreert de sfeer waarin men in de 19e eeuw leefde. Bijzonder goed zou daarin de ‘Sicconidenlegende’ gepast
hebben. De jonge gravenzoon Sifridus of Sicco die op de jacht de schone Thetburga in het vizier kreeg, haar huwde en het slot Brederode stichtte. Dat mooie verhaal was echter in Van Lennep’s tijd al onhoudbaar geble-
ken.
Toch kon hij niet nalaten Sicco en Thetburga in extenso ten tonele te voeren.
De waarheid is veel minder romantisch: in het begin van de 13’ eeuw leefde een Dirk van Teijlingen, die ‘dapifer’ (spijsdrager), d.w.z. hofmeester was bij het grafelijk hof Met dit laatste moet het nu verdwenen kasteel
Aelbrechtsberg in Bloemendaal bedoeld zijn. Daar woonden de graven van Holland vóórdat zij in het midden van de 13~ eeuw naar Den Haag verhuisden.De traditie wil, dat de heren van Teijlingen afstammelingen waren van het
grafelijk huis. Toen een van hen de vertrouwenspositie van hofmeester kreeg, moest hij in de buurt van de graaf wonen. Vandaar dat zijn kasteel gebouwd werd op de grens van Aelbrechtsberg. Het is opvallend hoe dicht beide kastelen bij elkaar lagen. Nu ligt Aelbrechtsberg in het noorden van de gemeente Bloemendaal terwijl Brederode in Santpoort binnen de gemeente Velsen gelegen is. De vraag is echter of dit vanouds zo geweest is. In ieder geval was Aelbrechtsberg een apart ambacht. Dit is te begrijpen, want de graven zouden nooit geduld hebben dat een soort dorpsbestuur (ambacht) de dienst uitmaakte over het gebied waar hun kasteel lag.
Pas later zijn Aelbrechtsberg - Tetrode (Overveen) - en Vogelensang tot één ambacht verenigd, waaruit de gemeente Bloemendaal ontstaan is. Het is mogelijk dat ditzelfde verschijnsel zich ook voorgedaan heeft met betrekking tot Brederode. Het is helemaal niet zo zeker dat Santpoort van huis uit tot Velsen behoord heeft. Het is best mogelijk dat dit niet het geval geweest is.
Santpoort vormde de toegang (poort) tot de zandrug waarop Brederode gebouwd werd. Het is dus niet qnmogelijk dat Santpoort identiek was met ‘het ambacht Brederode’, dat in de middeleeuwen nog enkele malen genoemd wordt en niet identiek is met de heerlijkheid van Brederode.
De naam Brederode behoeft nauwelijks meer verklaard te worden. Men duidt hiermee aan een uitgestrekt (breed) terrein waar de bossen gerooid zijn om er het kasteel te kunnen bouwen. Bovendien was er grond nodig om in cultuur gebracht te worden (weiden, akkers en boomgaarden). Wellicht was ook Brederode een curtis (hof), een agrarisch centrum van waaruit de bezittingen beheerd werden. Opvallend is in dit verband weldat de gronden die direct bij een kasteelterrein behoorden bijna nergens een grote omvang hadden.
Toen Dirk van Teijlingen in het begin van de 13’ eeuw hofmeester werd, woonde hij zoals we al opgemerkt hebben, niet ver van de plek waar hij zijn ambt uitoefende. Nu rijst de vraag: ging hij daar wonen toen hij in zijn
functie benoemd werd, ofwerd hij in die functie benoemd omdat hij in die buurt woonde?
In het eerste geval zou men kunnen denken dat de graaf een deel van Aelbrechtsberg aan zijn bloedverwant heeft afgestaan om daar zijn kasteel te bouwen. In het tweede geval zouden de heren van Teijlingen daar ter plaatse bezittingen gehad kunnen hebben. Zoekt men naar sporen van oud-Teijlings bezit in Santpoort (Velsen) dan vindt men daar wel iets van. Vóór het jaar 1283 hield een Willem van Hangher van de heren van Teijlingen in leen een stuk land ‘onder de duinen’ ter grootte van drie morgen ‘liggende an gene side Brederode, in het ambacht van Velsen’. Verder werden enige renten van Teijlingen in leen gehouden, die er ook op kunnen wijzen dat hier oorspronkelijk van eigendom sprake was.
De Van Teijlingen’s bezaten dus inderdaad land in de buurt van Brederode. Toch weten we er niet genoeg van om te kunnen constateren dat hier grootgrondbezit was. De moeilijkheid is dat de Van Teijlingen’s in hun hoofstam op het eind van de 13’ eeuw zijn uitgestorven en dat er van vóór die tijd vrijwel geen akten aanwezig zijn. Maar goed, we beschikken dan in ieder geval over een lijst uit ca. 1283. Op deze lijst vinden we nog wel meer sporen van bezit in de omgeving van
Aelbrechtsberg, zodat het niet gewaagd is te veronderstellen, dat de Brederode’s als afstammelingen van de Teijlingen’s nauw verwant waren aan het grafelijk huis.
Sporen van een oudere (ronde) burcht, voorafgaande aan het vierkante kasteel, kunnen erop wijzen dat de Teijlingen’s hier al eerder een huis hadden. Met Dirk, drossaard, (vermeld van 1205-1231), een jongere broer van
Willem heer van Teijlingen, begint de stamreeks van het geslacht dat zich sedertdien ‘Van Brederode’ noemde. Van hem weten we niet veel meer dan dat hij een aanzienlijk man was, die een vertrouwenspositie aan het grafelijk hof innam, gerekend werd tot de hoge adel (nobilis) en ridder was. Zijn vrouw heette Alverade, dochter van de heer van Heusden, een van de aanzienlijkste adellijke families uit de middeleeuwen. Ook zijn zoon Willem van Brederode trouwde met een dochter uit een vooraanstaand geslacht, namelijk met Hildegond, dochter van de heer van Voorne en burggraaf van Zeeland. Behalve Dirk, de 3e heer van Brederode (overleden in 1318) had Willem twee zoons die met de achternaam ‘Van Schoten’ vermeld worden. Dat is niet zo verwonderlijk want de heer van Brederode had van de heer van Teijlingen in leen gehouden ‘dat goed te Scoten ende dat recht dat daer toe behoort’, een ietwat vage omschrijving
waaruit we niet precies kunnen opmaken wat hieronder verstaan werd.
De namen van de beide broers, die zich ‘Van Schoten’ noemden, waren Floris en Dirk. Floris zou zijn naam weer veranderd hebben in ‘Van Adrichem’. Om de zaak nog ingewikkelder te maken liet hij vier zoons na, van wie de een de naam Van Adrichem behield, twee de naam Van Rolland droegen, en de vierde Willem van Schoten heette. Maar we zijn niet bezig al de genealogische puzzels te ontwarren. Ook is het niet het plan alle van Brederode’s te behandelen. We verwijzen hiervoor naar de studie over dit geslacht Van Brederode door dr. Dek. Van Dirk de heer van Brederode, zoon van Willem en Elsebee van Cleve, weten we dat hij ‘Hoeks’ gezind was en daarom door zijn tegenstanders in zijn burcht belegerd werd. De belegerden gaven zich maar vlug over, zodat het kasteel van de belegering niet al te veel schade ondervond (1351) Zijn zoon Reijnoud 1 maakte zich gehaat toen hij als ‘Hoek’ door hertog Albrecht werd aangesteld tot baljuw van Kennemerland. Een moordaanslag (die hij overleefde) op hem gepleegd bij Castricum door de overwegend Kabeljauwsgezinde adel uit de omgeving, leidde tot bloedige wraaknemingen van de kant van de Hoeken.
Zoals men weet, ging hertog Albrecht van de Hoekse naar de Kabeljauwse partij over - onder invoed van zijn maîtresse Aleid van Poelgeest -, doch zijn zoon, de latere Willem VI, bleef de Hoeken trouw, zodat hij met zijn vader in ‘onmin’ raakte. Veel steun genoot de zoon van Walraven 1 heer van Brederode, die echter door de Kabeljauwsgezinde Jan heer van Arkel gevangen genomen werd en zeven jaar lang te Gorinchem als gevangene moest verblijven. Gravin Jacoba, die evenals haar vader Hoeksgezind was, (dacht er goed aan te doen Walraven te benoemen tot opperbevelhebber van de troepen die Jan van Arkel moesten vernietigen. Het beoogde resultaat werd wel bereikt maar Walraven sneuvelde op 1 december 1417 in de Krijtstraat te Gorichem, tegelijk met zijn tegenstander Willem van Arkel, de enige zoon van Jan heer van Arkel. Een gedenkplaat in een woonhuis herinnert ons nog steeds aan deze gebeurtenis.
Walraven 1 was getrouwd geweest met de erfdochter van Vianen. Hij en zijn afstammelingen vestigden zich op het kasteel aldaar, en sindsdien werd het slot Brederode vergeten. Vermoedelijk werd het na de belegering door de Kennemers in 1426 niet eens meer hersteld.
In de 166 eeuw hielden de Brederode’s vaak verblijf op het hun toebehorende huis ter Kleef te Haarlem (vroeger Schoten), dat zij in 1492 in hun bezit kregen. Het is erg verleidelijk om de geschiedenis van de Brederode’suitvoeriger te behandelen. Wij weerstaan die aanvechting, want het is treurig maar waar: het kasteel Brederode speelt daarbij geen rol.
Toch wel iets over de slotakte waarin de band van het geslacht Brederode met de ruïne van die naam definitiefwerd verbroken. De omstandigheden waaronder dat gebeurde, vertonen veel gelijkenis met die van het slot Egmond. Door de tachtigjarige oorlog gingen Brederode en Egmond ten onder. Toch ook weer niet alleen door de oorlogsomstandigheden.
Beide families waren in de 16e eeuw op het toppunt van hun macht gekomen. Zij droegen beiden de graventitel. De Brederode’s pretendeerden af te stammen van de oude graven van Holland en noemden zich zo. Wegens het voeren van de titel ‘graaf van Holland’ werd Reinoud 111 van Brederode ter dood veroordeeld. Werkelijk ter dood gebracht werd hij niet, integendeel: hij werd benoemd tot ridder van het Gulden Vlies! Van de door hem ten onrechte gevoerde titel heeft hij wel afstand moeten doen.
Op een wonderlijke wijze is Reinoud 111 met zijn bezittingen omgesprongen, en de talrijke processen die hij gevoerd heeft, zullen hem een aardige som gekost hebben. Zijn zoon Hendrik, die leefde van 1531-1568, is de grote man in het verzet tegen Spanje. Na Hendrik’s dood kwam Brederode in een zijtak van de familie: Van Brederode-Cloetinge. Toen Wolfert van Brederode op 15 juni 1679 ongehuwd overleed, verviel Brederode aan de Staten van Holland. Sindsdien is de ruïne ‘staatseigendom’ gebleven.
Het duurde tot 1862 voordat er iets aan de ruïne gedaan werd. Nog in 1805 werd door Domeinen een stukje grond op het voorplein verkocht; dit kon omdat het terreintje betrekkelijk puinvrij was.
Mr. A. J. Enschedé, archivaris te Haarlem, was de eerste die poogde de ruïne te redden. Van de regering wist hij fl. 500 los te krijgen om de ruïne te verzorgen. Met behulp van de heer Van der Linden, opzichter bij Meerenberg, werden voorzieningen getroffen aan de voorpoort van Brederode.
De puinlaag was hier en daar meer dan 1,5 m dik. Na de ruiming daarvan werden vloeren van verglaasde tegeltjes ontdekt. Dit alles gebeurde in 1862 en volgende jaren. Intussen was ook een subsidie van Teijlers Genootschap verkregen van fl. 200 per jaar, terwijl de regering fl. 600 bleef bijdragen. Het terugkopen van de ‘Grondslagen van den Buitenhof werd echter geacht boven de financiële draagkracht van het Rijk te gaan. Nadat al met een particuliere inzameling begonnen was, kocht het Rijk alsnog in 1869 het terrein voor fl. 3.000 aan.
Het complex Brederode bestond uit drie afdelingen. Het eigenlijke kasteel dat door een gracht met brug gescheiden was van de voorburcht, die op zijn beurt weer door een brug met de nog bestaande voorpoort verbonden was met de buitenhof, die niet meer aanwezig is. Deze bevatte de boerderij en de stallen, doch was niet ommuurd. Uit de buitenhof kwam men over een brug (gedeeltelijk vast, gedeeltelijk valbrug) bij de toegangspoort. Dit was geen echte toren, want hij was aan de zijde van de voorburcht open. Deze poort was waarschijnlijk door een houten schot, dat gemakkelijk verwijderd kon worden, afgesloten. Het voordeel van deze constructie was, dat indien deze poort onverhoopt
veroverd mocht worden, de veroveraar niet vanuit een zware toren het slot kon bestoken.
De voorburcht was weer door een gracht met een brug daarover gescheiden van het eigenlijke slot. De ingang werd beschermd door de zeer zware donjon rechts en een ronde toren links. Verder was er een ‘uitgebouwd machicouli, waaruit men pijlen en steenen werpen kon’, een zogenaamde ‘mezekooi’.
De indeling van de brucht zelfwas in hoofdzaken vrij eenvoudig: een slotplein, aan twee zijden alleen beschermd door een muur. Aan de achterzijde en rechts van de ingang de woonvleugels. Op de vier hoeken een toren: ‘één ronde, twee vierkante en de zware donjon.
en bijzonderheid is wel dat ieder vertrek zijn eigen latrine (WC) had, die in open verbinding stond met de slotgracht. Voor toen een buitengewone luxe, maar uit hygiënisch oogpunt fronsen we nu onze wenkbrauwen.
Jhr. mr. Victor de Stuers maakte van de opgravingen een verslag dat in 1879 te Haarlem gedrukt werd. Achterin deze publicatie vindt men een ‘lijst van de voorwerpen gevonden bij de ontgraving der Ruïne van Brederode’. Deze lijst telt 188 nummers.
Nog niet in 1862 maar veel later is men door vondsten van muurwerk in de slotgracht tot de overtuiging gekomen dat het vierkante kasteel Brederode een ronde voorganger gehad heeft. Sporen van weergangen werden daar binnen gevonden. Deze vondst brengt de datering van de bouw al terug tot in de eerste helft van de 13’ eeuw en wellicht tot de 12e eeuw.
Veel geleden door verwoesting heeft het slot niet. Het beleg van 1351 had zo veel succes - het werd vrij gauw overgegeven - dat er waarschijnlijk weinig vernield is. In 1426 werd het opnieuw belegerd. De stad Haarlem heeft daaraan meegedaan. Volgens sommige berichten is het toen behoorlijk beschadigd, maar in 1482 was het kasteel weer gedeeltelijk bewoonbaar. Daarna werd het weer ruïne, waarvan grote delen door stuifzand overdekt werden. Op het ogenblik kan men met recht de ruïne van Brede een bezoek waard is.

RUINE VAN BREDERODE de ronde muur

 Schrijven over de geschiedenis van  Brederode is geen eenvoudige opgaver omdat er zeer  veel over geschreven is in de loop der eeuwen.
De Brederode’s stammen uit het geslacht van Teylingen, terwijl deze weer stammen uit het Hollandse Gravenhuis. Een der oudste publicaties is van der Aa’s Burgen en Kastelen uitgave 1841.
Hier wordt vermeld dat Brederode reeds i n 980 al bestond. Mr. Groesbeek zegt in zijn boek : In het begin van de 13e eeuw  leefde Dirk van Teylingen, die hofmeester  was aan het Graaf lijke hof.
Dit was kasteel Albrechtsbergh in Bloemendaal. Hier vandaan liep de Gravenweg naar Brederode, gedeeltelijk bestaat deze weg nog steeds.  Als men Brederode nu bekijkt mist men een paar dingen, waar is de eerste ronde burcht ? Was er wel een ronde burcht ? Wij weten dat de vierkante burchten stammen van na 1280 ! Hebben de Brederodes voor die tijd een kasteel gehad bij Velsen ?
Zo ja waar heeft de ronde burcht gestaan: en waarom is daar nooit onderzoek naar gedaan ?Meningen over de ronde muur aan de westmuur ( zie plattegrond lopen ook uiteen, alhoewel Proffessor Dr. Renaud zegt dat het eenbastion is uit de 15e eeuw,

 

 

 

EEN KORT OVERZICHT:

- Bouw ca 1282? echter zonder voorburcht.
- Grote watersnoodramp in het gebied 1287.
- Bouw voorburcht ca 1300.
- Belegering van 4 maanden 1351.
- Afbraak 1426.
- Herinrichting? modernisering 1464.
- Plundering 1491.
- Door de Spanjaarden in brand gestoken 1573 tijdens beleg van Haarlem.
- Gedeeltelijk bewoond van ca 1575 tot ca 1600. hierna ruine.

 

Wat wel hierbij opvalt, wanneer men naar oude prenten kijkt van Brederode is dat op geen “een” tekening de ronde muur te zien is ! Zelfs niet op een Roghman? terwijl hij een zeer betrouwbare tekenaar was. Normaal zou men denken dat het een overblijfsel is van het eerste kasteel van Brederode, net zoals bij Egmond. Ook bij dit kasteel kwam pas de ronde burcht van Kwade Wouter tijdens de opgraving van 1933 naar boven? ook deze is op geen enkele tekening waarneembaar. De heer A.J. Allan schrijft in zijn boekje voor de Nederlandse Kastelenstichting het volgende: Lange tijd heeft men vermoed dat de ringmuur aan de westzijde van het kasteel deel uit maakte van zo’n ouder kasteel dat dan later door de huidige hoofdburcht zou zijn overbouwd. Opgravingen door de plaatslijke A. W.N. werkgroep maakten het mogelijk vast te stellen dat hier sprake is van eenlater gebouwd voorwerk een extra verdediging van het voortrerrein buiten het kasteel.
De heer H.J. Cal koen zegt in het blad Velsen u i t 1967 het volgende: De ronde burcht moet dateren uit het begin der 13e eeuw. Zeer waarschij nl ijk heeft de huidige voorburcht hierbij gehoord: de weinige strategische ligging hiervan tegenover de hofdpoort van het slot , valt anders niet te verklaren . Op de nooit onderzochte buitenhof moet de kasteelboerderij gestaan hebben. Wat  ook opvalt  is dat de ronde westelijke muur op de reconstructie marquette van toren naar toren werd gebouwd? Terwijl op de plattegrond de bewuste muur van toren en “langs” de andere toren loopt....maar de muur loopt door op de plattegrond ! (zie plattegrond)

 

 

artikel Dirk ll, de Goede van Brederode



Een kort overzicht:

Bouw ca. 1282, echter zonder voorburcht.
Grote watersnoodramp 1287.
Bouw voorburcht 1300
Belegering van 4 maanden 1351
Afbraak 1426.
Herinrichting 1464
Plundering 1491
Door Spanjaarden opgeblazen tijdens beleg van Haarlem in 1573
Gedeeltelijk bewoond ca 1575 tot ca 1600. Hierna ruine.

Bronvermelding:

 - Middeleeuwse kastelen van Noord Holland; Mr. J.W. Groesbeek, blz 73 - 81.

 - Middeleeuwse kastelen van  Nederland; P. E. van Reijen, blz. 77 - 81, blz. 91.

 - Kastelengids; Kransberg en Mills, blz. 119 - 121.

 - Ploegschaar van Brederode; J. van der Poel, A.W.N.blad, blz. 97 - 100.

 - Haarlemsdagblad Krantenartikel betreffende restauratie, 16 juli 1969.

 - 19de Eeuw, lijst gevonden voorwerpen.

 - Dagblad Trouw 22 januari 1987. sluiting ?

 - Burgen en kastelen 1841; v.d. Aa, blz. 60 - 81.

 - Merkwaardige kastelen in Nederland; van Lennep, blz. 47 - 80.

 - Nederlandse Kastelen en hun historie; R. Sluitermans en W.Moes, blz. 156.

 - H.K.T.blad; 2e jaargang nr.2 1987 J.G. Brouwer.

   H.K.T.blad  3e jaargang nr.1 1988 P. Alles.

   H.K.T.blad  3e jaargang nr.1 1988 J.H. Verhoog.

 - Verscheidene artikeltjes over Reinoud van Brederode 1358 (9).

 - Hist. Ver. Nunspeet; G. Boer, blz. 19 - 21.

 - N.K.S. boekje; A.J. Allan, blz. 30 - 41.

 - Tijdschrift N.H. 1959, nr. 2. blz. 28.

 - Velsen, 1967; H.J. Calkoen, blz. 60 - 61.

 - Nieuws over Brederode, NKS boekje 1969, blz. 46 - 47.





AFBEELDINGEN

 - Foto's P. Alles.

 - Plattegrond briefkaart.

 - Reconstructie tekening.

 - Gravure P. van Winkel, Brederode in welstand.

 - 18e eeuw Schijvoet.

 - Foto's restauratie *copy's.

 - 1566 Hendrik van Brederode.

© Het Hollandse Kastelenteam 2011 - alle rechten  voorbehouden